Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. h f o k k *,

»* ^enr A1SemeTene Gefchiedenis, waarin van zo veele on» „ derfcheiden Landen en Rijken gefproken moet worden, ** onmogelijk een goed aanééngefchakeld Verhaal kan ge* ven , zonder telkens in onaangenaame, en den Lezer „ yermoeienae, afbreekingen te vervallen. Wij hebben „ dierhalven (vervolgt hij) goedgevonden, om de Ge„ lcinedems in boeken te verdeelen, waar van elk Boek " u n#ehad SP fkh Z^lve uitmaakt. Dus treft men in „ het Lerite: Boek de Gebeuremsfen van Italië, in het Iweede die.yan.Spanje en Portugal, in het Derde die „ yanfrankrijk, xn het Vierde die van Grootbrittannie\ „ m het Vijfde die van de Nederlanden en van Zwitzerw %Hdt ,in hct Zesde die van Duitschland, en in het 'Zevende die van de Noordfche Rijken en van het Turk* „ Jche Gebied aan, terwijl wij de Gefchiedenis der „ overige deelen der Waereld , de Kerkelijke Zaaken, en „ den ftaat der Kunften en Wetenfchappen, Koophandel en Fabrieken, der Agttiende Eeuw, tot het einde van „ dit Werk belpaaren, om dezelven dan onafgebroken te „ verhandelen.

Het zijn de eerfte twaalf of zestien jaren der Agttiende Jseuw, die het tijdvak beflaan, welks gebeuremsfen hier verhaald worden. Daar dit Werk, uit zijnen aard, voor geen doorloopend uittrekfel vatbaar is, willen wij, om den ftijl te doen kennen, een enkel voorval overnemen.

Het betreft den vermaarden Zweedfchen Koning karel den twaalfden, en diens bedrijven in Turkijën , alwaar hy , na den ongelukkigen flag bij Pultowa, in en^by Bender, van 1709 tot 1713 , had doorgebragt. " ^e.melde Vorst (aldus luidt het bericht) had aan de „ l\tester, met verre van Bender, eerst eenige tenten op3, geflagen, vervolgens omtrent'veertig huizen gebouwd, „ en eindelijk rondom dezelve eene middehnaatige verfter„ king gemaakt, in welke hij zig meest ophield, dewijl hij „ lust had om beftendig te Bender te blijven woonen. — „ HzTurken, en inzonderheid Acjanitfaaren , hadden eene f* algemeene agting voor dien Krijgshaftigen Koning, die " njPT? ve™eerderd wierd, wanneer zij zagen , dat de „ Niest er, die alle jaaren genoegzaam deeze geheele land„ ftreek overftroonide, zo lang kar el 'er zijn verblijf „ hield, binnen zijne boorden bleef, het geen bij de ,, ligtgeloovige Turken als eene ongemeene wonderdaad „ Wierd aangezien, dewijl zij waanden, dat die Rivier zulks „ als uit ontzag voor een gekroond Hoofd gedaan had.

., Na

Sluiten