is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe vaderlandsche bibliotheek, van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45o

1IIDDLET0N

fchat is. In dit opzicht mogen wij ons dan , met den geleerden Vertaler, billijk verwonderen, „ dat onder de „ onbegrensde hoop van vertalingen, juist dit Boek geen „ plaats mogt vinden, voornaamlijk daar het oorlprong„ lijke, fchoon meer dan eens gedrukt, zeer moeij'elijk „ te bekomen was." — En het lijdt dus geen twijfel, of de Rector* zillesen zal bij velen dank behalen, door dit Werk, in eene goede vertaling, zijnen Landgenoten

aan te bieden Veel zouden wij, tot eene gegronde

aanprijzing dezes Werks, voor allen, die eenigzins begeerig zijn, en lust tot onderzoek hebben, om het aangelegen tijdvak der Romeinfche Gefchiedenisfen, waarïn cicero leefde, wat nader bij te leeren kennen , kunnen aanvoeren; — vele proeven van welgegronde aanmerkingen , oordeelkunde en fmaak , des beroemden Schrijvers kunnen bijbrengen: — dan daar de roem deszelven, gelijk wij opmerkten, bij alle Letterkundigen, reeds is gevestigd, en wij, ten aanzien van het laatfte, tot het Werk zelf, hetwelk in zijn geheel moet gelezen w orden, verzenden, willen wij alléén opmerken, dat, gelijk M. zeker eene werkzame en moeilijke taak op zich nam, om de Gefchiedenis van het Leven van marcus tullius cicero te befchrijven; het daarenboven, in het fchetfen van bijzondere levens , zeer bezwaarlijk is, zonder vooroordeel, te blijven, of, om zijne eigene woorden te gebruiken, „ dat zoodanige Schrijvers gewoonlijk par,, tijdig en ingenomen zijn voor hun onderwerp, en ons ,, eene lofrede geven,in plaats vaneene gefchiedenis." — „ Ik heb (duS vervolgt hij,) getracht, zoo veel in mijn ,, vermogen was, om mij zeiven hier van te ontdoen; „ echter durf ik niet verzekeren, dat ik 'er mij geheel „ zuiver van gehouden heb, maar zal de beflisfing hier „ over aan het oordeel van den Lezer overlaten." — En het is juist dit gebrek, hetwelk fommigen, en onder dezen, één der bevoegdfte oordeelaars , s t uart, in zijne Romeinfche Gefchiedenisfen, in dit Werk, menen te hebben opgemerkt. Ook ontkent M. niet,reeds met eene gunftige gedachte omtrent'cic er o bezield te zijn geweest, toen hij het plan tot dit Werk vormde, en dat dezelve, na het ftrengfte onderzoek en overweging, Mog grootliiks bij hem bevestigd en vermeerderd is, 'er bijvoegende : ,, het is daar en boven, ten opzichte van een ichit„ terend karakter, zoo als dat van cicero, geliik ik „ overtuigd ben, zal blijken te zijn, veel vergeeflijker,

„ uit