Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

524 A* TOKKE, SIMONSZ.

,, Onderyvijzer. Ja, maar lieve Kinderen, dat moet „ wat bedaarder toe gaan; men moet zig nooit ?o wild en zo „ woest gedraagen; als iemand iets in de handen heeft om het „ te bezichtigen, moet men zo lang wagten, tot hij het or„ denlijk befchouwd hebbe. Laat Karei het voor zich leggen , , en gaat ftil nevens hem (taan, elk aan een zijner zijdeai. „ Ziet dan bedaardelijk al de Prentjens eens één voor één, „ door; dan zal ik u dezelven, als ge ze allen gezien hebt, gere., geld. verklaaren ;en udagelijks denzin van een derzelven naauvv-

keurig uitleggen; zo kunnen wij lang vermaak en nut van dit „ boekien hebben."'

„ (De Kinderen plaatften zig daaiop voor de tafel, en Karei ,, bladirde het Boekjen door, hen elk Plaatjen afzonderlijk „ doende bezichtigen. Doch bij elk figuur werd 'er, met drift, ,, gevraagd: Heden mijn Heer! wat beduidt dit? wat verbeeldt ,, dat? wat doet die man daar? en zo volgde de eene vraag on„ middelijk op de andere, zonder eens andwoord te wagten.), "

„ Onderwijzer. Ik zal u dat alles geregeld uitleggen, „ als ge toch maar wat geduld hebt; want In die Prentjens is „ meer verborgen d n ge ooit zoudt kunnen gelooven; zij le„ veren allen nuttige lesfen voor u op, en dienen nog tot een „ ander gebruik, dan om zich alleen met het gezicht derzelven ,, te vermaaken. Men noemt diergelijke leerzaame figuur;n „ eigentlijk Zinnebeelden, of, met een' naam uit de Griekfche „ taal ontleend , Emblemata, welk woord in onze taal de„ zelfde betekenis heeft."

„ Ka rel. Zijn het dan geen verbeeldingen van historiën ?

mijn heer!"

,. Onpp.rwijzer. Neen! niet allen; ge ziet immers in „ fommigen minnen en vrouwen met vleugels, en menfchen ,, die op de Wolken (laan, (NB. onze Kinderen hebben die 'er

niet kunnen vinden) benevens allerlei raare figuuren, ge kunt , dus daar uit vooraf wel begrijpen, dat dit geen waare ge„ beurde hist riè'n zijn."

„ Anthonie. Maar, mijn Heer' in ons Bijbelscli Pren„ tei-boek (taan toch ook mannen met vleugels en op de wol„ ken, en evenwel dat zijttttoch wel waare historiën."

,, Onderwijzer. Ge hebt wel degelijk recht; ik had u „ ook moeten zeggen, dat dit geen afbeeldingen, uit den Bij„ bel ontleend, zijn; want, buiten die onderwerpen, komen ,, geen gevleugelde of op de wolken (taande beelden, in wae,, reldlijke historiën te pas; ten zij nog wel eens in aloude ge„ beurtenisfen en fabelen van Heidenfche goden en godinnen."

„ Ka rel. Maar waar toe dienen dan die prentjens, als „ het geen Bijbelfche of andere Historiën zijn; me dunkt dan ,, dienen ze nergens toe."

„ Onderwijzer. Zij dienen even zeer als de afbeeldin. „ gen van Bijbelfche of andere Gefchiedenisfen; doch op eene

„ an.

Sluiten