Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arrg HISTORISCHE SCHILDERIJ

Over de getrouwheid en verkleefdheid van den Hond .aan den mensch kan men geheele boeken fchrijven 3 de moed van den hond te Keulen is bekend, die, om zijnen meester, die hem opgevoed had, te redden , zich midden in een huis wierp, dat in volle vlam Hond en hem gelukkig redde. Zie hier ook eenen fchoonen trek van verkleefdheid, van den Hond h irc anus, aan den Macedonifchen Koning LijsiMACHOs. .

Deze vorst viel in eenen veldflag tegen den Koning seleukos, en men kon zijn lichaam, op het flagveld, enkel doorliet gejank van zijn klein Hondjen, dat naast hem In-r herkennen. Toen men lijsimac hos ter aarde beitelde, kon de getrouwe hircanus zijnen meester volftrekt niet verlaten, en volgde de lijkftaatfie. ËMiêelük plaatfte men hem, aan des Konings zijde, naast zijn paradebed; en toen men, naar het gebruik der ouden, <ien brandftapel ontftak , om het lijk te verbranden , ontzag hircanus, om maar naast hem te zijn de woede de? vlam niet meer, dan hij het gewoel van den veldflag ontzien had, maar liet zich levend verbranden. Zouden vele vrienden wel zoo voor hunne vrienden llerven* Het is eene onloothenbare waarheid, zegt zeker beroemd natuurkundige, „ dat de hond vooral totbefchcrmine, vermaak en gezelfchap van den mensch beftemd ^ is" Om niets te gewagen van zijne fraaie gedaante, levendigheid, fterkte en behendigheid, hij heeft inzonderheid, boven andere dieren , zulke hoedanigheden, die hem zeer nuttig en beminlijk maken. Hij kan zich naar zijns meesters oogmerk fchikken, voor zijne veihghe d waken, hem bijftaan , en, wordt hij aangetast, hem krachtdadig verdedigen; door zijne zorgvuldigheid, in ö.t ^rrTchten°van hem opgedragen werk en zijne herhaalde liefkozinsen, boeit hij des menfehen liefde; hu verdiaagt zijne kwade uimen , ja de flechtfte bejegeningen met een vervvonderlijk geduld, en likt nog, ftervend, zonder haat «f wraakzucht, de hand van hem, die hem misdeed.

De mensch, van zijnen kant, bemint, befchermt, op *lle mooglijke wijze, zijnen Hond, en zoekt hem te behouden , waarvan men, in duure tijden gelijk de tegeiivvoordben , vooral, de treffendfte voorbeelden ziet. Hoe vele «men , die niets anders hebben dan hun vier of zes lood brood dat hen , in de wijken van Parijs, «j de bakkers, wordtWdeel'd, oü%en, des niet te ^«g**? van deze kleine portie op, om ze te voeden! Hoe vele

Sluiten