is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe vaderlandsche bibliotheek, van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

464

eenige levensberichten

reus der kunften. Sedert viel zijne vlijt op de Oosterfche talen, en maakte hij in dezelven groote voordgangen, onder het bekici van den beroemden pasor, dien de oorlogsönheilen m dc Palts vcrpligt hadden, naa Engeland te vlugten. Deze Hoogleeraar, aldaar zeer wel ontvangen, gal" te Oxford, geduurende eenigen tijd, openbare lesfen over het Arabisch, van welken onze jonge Geleerde vlijtig gebruik maakte: zoodat hij aan dezen leermeester de kennis der Gostcrfche talen verfchuldigd is, gelijk hij zulks federt altijd erkend heeft, met betuiging van zijnen eerbied voor de gedachtenis van dezen grooten man cn hoogachting voor deszelfs deugd en geleerdheid.

Maar pocock, niet te vrede met zijne gemaakte voordgangen, onder dezen bekwamen meester, begeerde dieper in deze foort van geleerdheid in te dringen. Hij nam den rang van meester der kunften in 1626; verliet de Hooge School, en vervoegde zich bij wil ham bed wel, Vicaris van Tottenham Highcros in de buurt van Londen, dien fommigen houden voor den eerden, die met vrucht aan de kennis van het Arabisch gearbeid heeft, zelfs reeds voor t hom as erpenius. Men ftelt althands zeker, dat bed wel reeds ver in deze letteroefening gevorderd was, vóór dat erpenius in in dat zeilde vak eenigen naam had; en men houdt voor niet minder zeker, dat deze laatfte, omtrent 1606, in Engeland gekomen , daar hij eenigen tijd bleef, van sedwel zeer veel beftier, en onderrichting ontvangen heeft. Behalven vele boeken, door be d we l uitgegeven , had hij vele jaren lang aan een Arabisch woordenboek, in drie boekdeelen, gearbeid, en zelfs de reis naaHolland met opzet ondernomen, om de handfehriften van jozef scaliger te gebruiken, die, gelijk hij zelf elders te kennen geeft, eene verzameling gemaakt had van 20,000 Arabifche woorden, maar zich n.et de uitgave van zijn werk niet haastende, ongetwijfeld omdat hij het nog verder voltooien wilde, vérfcheen het woordenboek van golius, en maakte al zijnen arbeid nutloos.

In 1628 werdpococK aangenomen tot Lid van zijn Collegie , en daar de ftatuten van hetzelve vorderden, dat hij zich zonder uitftel liet ordenen, maakte hij nu meer werk van de Godgeleerdheid, dan bij tot dus verre had gedaan. Maar opdat hij oudertusfehen de Oosterfche