Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brieven en briefwisseling.

33

tegengift tegens de befmetting der groote waereld ,, noodig hebben , te verbeteren , als van den vroomen land- of werkman , wiens pligten ook in een' engeren

„ kring zijn beperkt." Zulke Leerredenen (lichten

en geven te gelijk vermaak.

De vierde Brief handelt over de verbeelding en de Droomen; deze behoort zeker onder die, in welke de onderwerpen Hechts luchtig en kort behandeld zijn, gelijk de Schrijver in de Voorrede erkent; evenwel geeft'hij aanleiding tot nadenken , daar hij ons ook des Schrijvers gedachten over de waarde der Romans ontvouwt.

De vijfde Brief verklaart eenige Spreekwijzen in de Nederdu'itfche taal, en Hikt naar derzelver oorfptons-; zij zijn de volgende:

De baaren of golven glad hemmen.

De vinnen van zich fieeken.

Iemand aan den mond hangen.

Hij heeft hair op zijne tanden.

Alles moet bij hem op zijn elf- en dertigfte weezen.

Het kan niet door den- beugel.

De hand over het hart leggen.

Ondertusfchen fterft de Koe, de Keizer of de Olijfant.

Hij fpeelt om den Keizer zijn baard.

Hij weet waar Abraham de mostert haalt.

De dagen zijn een haanentreé gelengd.

Hij leeft op een'' groot en voet.

Hij is de Tramontane kwijt.

Hij flaapt als een roos. En

Dit onder de roos (ter geheimhouding )

De zesde Brief bevat een andwoord op den voorigen, en beoordeelt fommige in denzelven opgegevene verklaringen van deze Spreekwijzen.

De zevende Brief behelst eenige goede Aanmerkingen over het Gebed, en de mening van lavater, ten aanzien van de verhoring des Gebeds.

De agtfte en negende Brief, zijnde eene Briefwisfeling tuslchen den Heer lub link en den Heer dum bar, gaat over de Vrijheid van de Drukpers, en onderzoekt de vraag: of en in hoe verre dezelve kan en in fommige gevallen behoort bepaald te worden.

De tiende Brief geeft ons den oorfprong eu afleiding van eemge woorden in de Nederduitfche taal ; bij voort beeld: Averechts, Basterd, Bastaard, Betuwe, Gisfen,

nieuwe vad. bibl. Vllï. deel. no. i. C Goll'

Sluiten