is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe vaderlandsche bibliotheek, van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B* C. VAN DER AA,

pene de minde reden hebben kan , om te vermoeden, dat wii kunnen voor hebben , om hem bij zijne Lezers eenigen den nunfteu ondienst n doen. Het is waar , wij begonnen ons ver. pgraet de woorden van aeneas aan dido: infandum Regma piücs renovare dolorem: welke woorden mooglijk honderd malen gebruikt zijn , wanneer men geledene onheilen wederom moest ophalen, en die ons voorkwamen, op den inhoud van de Gefchiedenisfen van van der aa , voor eenen Nederlander niet kwalijk te voegen. Maar die geenszins ltrekken tot naneel van het boek, even zoo weinig, als de woor. aen van aeneas, tot vermindering van de waarde van het uitmuntend Dichtrtuk van virgilius, kunnen geduid wor. den. Wij kunnen ons niet herinneren, dat wij zouden gevraagd hebben, of het niet schandelijk ware, dat hij ons die jmerte doet vernieuwen? De Heer van der aa leze ons verlag nog eens na, en hij zal zien dat hij mis heeft. Hij beboet geene moeite te doen, om de oorzaak van onze vraag uit te voiichen. Wij verklaren hem rond uit, dat 'er niets haat-

lijks of onvnendlijks voor hem agter zit. Wij hadden

ook aangemerkt, dat de waare Gefchiedenis van dit tijdvak best , door een bekwaam man uit een volgend genacht zal befchreven worden. Wij menen daar goede redenen voor gegeven tt-bepben. Van der aa belijdt, dat niemand meer dan hM van deze waarheid overtuigd is. Wel nu wat hebben wii dan daar aan miszeid? Wij hebben daariiit niet beweerd, dat dit zijnen arbeid voor het tegenwoordige geflacht nutloos maakt. Niets muider dan dat. Zo het den Heer vanderaa na alles wat wij tot zijnen lof gezegd hebbsn, aangenaam is* dan verklaren wij , met alle oprechtheid.dat wij zijn boek bii uitnemendheid gefchikt achten, voor zulken van zijne tijdgenoten , die begerig zijn om zich al het gebeurde naar waarheid

en met vele gepaste opheldering te herinneren. - Onze

bedenking, of het niet wel zou kunnen zijn, dat te voren ondergane mishandelingen wel eenigen invloed op zijne pen zouden Kunnen gehad hebben , en dat daariiit eene meerdere iiaauwkoungheid, omtrent de eene partij, ten voordeele van f.«r«' z°" kunnen ontftaan zijn, is hem zoo het ons vrij dutdlijk fchijnt,. ook van anderen voorgekomen. Trouwens de man is een mensch, hij behoefde daarom, over het geheel genomen voor geen debiteur van onwaarheden , voor geen man gehouden te worden, die zijne pen gebruikt om zich van zij. re partij te wreken. Wij menen dat het onnodig is hier op verder te blijven liaan. In de redenen die hij geeft,waarom hij van de plunderingen in 1787 niet breder gewaagt, willen wij gaarn berusten, en houden daarmede deze zaak voor afgedaan. Het ■ipijt ons, dat et-n man, voor wienwij veel achting hebben, en dit meermalen betuigd hebben, onze mening zoo kwalijk begrepen heelt, en ons tot deze moeite, om ons nader te verkla.

ren.