Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

522 GESCHIEDENIS VAN WILLEM DEN VIJFDEN.

den verdacht zijn, als een Politiek Vertoog, enz., uit* fchrijvingen van den Dank- Vast- en Bededag in vorige jaren , zijn in dit tweede Deel onder de bewijsdukken begrepen, welken dienen moeten, om's Prinlèn lofwaardig gedrag, ten aanzien van het Vaderland, geduurende den Joop van het Stadhouderfchap, in top te vijzelen, zonder dat de Schrijver 'er tot hiertoe nog eenig vlekjen in ontdekt fchijnt te hebben. Zoo voordgaande zal hij ons ten laatfte wel bewijzen , dat zwart wit en wit zwart is.

Tot eene proeve zullen wij het volgende (Bladz. 258 en volg.) uit dit tweede Deel overnemen.

„ Eenigzins was de ftaat van het Zeewezen van Ne-

deriand begonnen te verbeteren, fchoon nogal te on,, genoegzaam voor alle de dreigende omftandigheden, „ welke het Gemeenebest omringden. De aanhouden„ de zorgen van zijne Hoogheid bleven derhalven on-

vermoeid, om op een volkomener herftel bij 's Lands „ Staten aan te dringen, en daar bij, de Landmacht „ niet uit het oog verliezende, alle zijne pogingen aan

te wenden , om middelen voor de volkomen zeker,, heid van den Staat te vervveiven. Hij raadde, met

allen klem van redenen , gedurig de Bondgenoten aan „ tot infchiklijkheid , onderlinge overeenftemming eri „ toegevenheid. De Zeevaart en Koophandel , als de ,, bronaders van Nederlands welvaart, lagen hem te na „ aan 't hart, om niet op derzelver bewaring te doen

letten. Maar ongelukkig bleef geftadig het bijbrengen . , der penningen achterlijk, en zelfs'moest'er in 1775,

aan verfcheiden Gewesten, aangemaand worden, de

aandeden op te brengen van hetgeen zij hadden toege,, ftaan, en de Admiraliteiten nodig hadden tot betaling „ van de zes Schepen, welke in dienst waren. Langs *, diergelijke wegen bleef de hoop , die nu en dan op ver,, betering wierd opgevat, telkens fteken , zonder dat ,, 'er vruchtbaare befluiten genomen wierden voor de ,, gemecne zekerheid en beveiliging van den Staat, wel-

ke zo wel afhingen van eene ten minfte middelmatige

vermeerdering der Landmacht, als van de verbetering „ van het Zeewezen. Schoon elk der Bondgenoten had „ getoond , dat zij overtuigd waren van de dringende „ noodzaaklijkheid van gepaste maatregelen, bleven on-

gelukkig de voorgellagen middelen tot overeenftemming

„ zelfs ,

Sluiten