Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£6 IJ» VAN HAMELSVELD,

poorten der eeuwigheid ! Ieder uwer daden, die hetzelve verkondigt, is uw lof, dien het in den fchoot der Godheid uitflort!

Verleent mij thands nog eene korte poos uwe aandacht, Mijne Horers! daar ik u, in het tweede gedeelte mijner Verhandeling, ontvouwen wil , op welke wijze, men de Winter-avonden nuttig kan, en behoorde door te brengen.

Jonge lieden, gij, de bloesfem van het tegenwoordig gedacht, wier vruchten, in een volgend gedacht, rijpen, en dan voor het menschdom tot fieraad en heil, zoo in de huislijke en burgerlijke als in de Godsdiendige betrekking verdrekken mogen ! met verlof mijner overige Ilorers, heb ik eenige woorden aan ulieden!

Gij, in de vaag mves levens, daar het jeugdige bloed vrij en ongehinderd door de aderen droomt, en uwe krachten fïisch en derk zijn, gij moet u niet vervelen, in de lange Winter-avonden, gij moet niet door verdrietige gemelijkheid duursch en norsch worden! vreest dan niet dat ik , als een droef zedenleeriiar , u uwe vrolijk! heid zal willen ontnemen, met u alle vermaken te verbieden.

Neen! de les van den ouden Wijzen is ook de mii. «e (*): J

- Verblijd u, ó Jongeling! in uwe jeugd , en laat uw hart zich vrij vermaken, in uwe jeugdige dagen; «teniet hetgcne uw hart verkiest, en daar uw oog zich'in verlustigt, maar bedenk tevens, dat God u van dit alles rekenlchap zal afvorderen. Ja , verban het verdriet uit uw hart , en ontwijk alle ligchaamsfmarten , want de jeugd, en 'slevens morgendond, zijn ijdel en vlugtig!

Ik wil u flechts aantonen , op welke wijze gij de lange Winter-avonden zult kunnen bededen , zoodat zij u nooit vervelen, maar met vermaak voorbijlopen.

- De Hoofdles, die ik u geve , en welke ik u, bij ondervinding, aanprijze, is: weest nooit ledig! weest altijd werkzaam! De mensch, maar vooral ue jeugd, dieniets doet, verveelt zich, en doet kwaad.

Aan doffe tot werkzaamheid kan het u nooit ontbreken, zoodra gij uwe bedemming, waartoe gij in de wereld

O PreJ.k:.- XI; 9.

Sluiten