Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LAURA EN F I L E T A S.

£39

LAURA.

Mijn Broeder! waarheids heldre bron

Is voor elks oog t' ontdekken; Zij moet volmaaktheids middagzon

Ten reinen fpiegel ftrekken. Natuur fchetst, iu haar wisf'lend lot, Een wijs, een eeuwig weldoend God:

De bloeifems koest'ren vruchten; Verwelking kweekt verjongde kracht. Wanr 't eindloos dag, de ftille nacht

Deed geen vermoeidheid vlugten.

De losgeborfte iTorm verdelgt;

Maar weert ook pest en rampen. De zee drenkt, waar zij 't land verzwelgt,

Natuur met zuivre dampen. Ook 't vuur, dat heel deze aard' bezielt, Wekt levenskracht, zelfs daar 't vernielt.

Wie velt een eik ter neder, Wen door zijn fchaauw een bloem verdort? Verplant Hechts 't kwijnend bloempjen; 't worde

Straks 't bloeiëndst fieraad weder.

Waar wind of zee, door Gods beduur,

Slechts minder kracht gegeven; Of doofde Hij 't ligtvlammend vuur;

Niets kon beftaan of leven. Ja, vinden menfehen vaak den dood, In 't worstlen der natuur; geen nood,

Daar ze eens toch fterven moeten: Zij worden, door een Vaderhand, Verplaatst, in't wachtend Vaderland,

En zien zich 't leed verzoeten.

Sluiten