Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oorsprong van het kasteel de louvre. 359

dan het gekras der raven. Zelfs de rtoutmoedigfle man zou 'er geen enkelen nacht in durven doorbrengen. Mm vertelt, dat de oude eigenaar aldaar in den (lillen nacht komt wandelen , met zijne lieve adalinpe aan deu arm ; en dat , wanneer de naburige klok twaalf unren (laat, de beide gelieven een lang gezucht ui'■boezemen, elkander omhelzen en in dc fchaduw verdwijnen.

Deze Ridder heette win dal. Aan de Teem -geboren , doch altijd zieklijk en treurig in zijn (omber eiland, kwam hij, r,og jong,d'c zuivere lucht in Frankrijk inademen, en zette zich in de nabuurfchap van het oude Lutetift, tegenwoordig Parijs, neder. Deze ffad was nog niet zoo groot, als dezelve tegenwoordig is; ter naanwernood befloeg zij een vrij klein eiland in de rivier; maar federt lang was zij vermaard door de gebouwen , waarmede de Romeinfche Keizers, haar verfierd hadden, cn door de voortrellijkheid der vijgen en dpr wijnen, welken de omliggende velden voordbragten.

Het bosch,' hetwelke zich nog heden van Mont de- Mars, (tegenwoordig Mont-Martre) tot aan de rivier uitltrekt, liep destijds tot bij de twee bruggen, die naa Parijs leiden. Dit was een groot en vorstlijk woud.

Win dal, op de jagt verzot, bragt geheele dagen in dat woud door. Hij had 'er eene hut laten bouwen , die hem ter fchuilplaats diende tegen flecbt weder, alwaar hij ook eenige zeer flerke, doch Engelfche, jagthonden hield.

Niet ver van deze hut , onder de fchaduw van den oudden eik van het bosch , rees eene kleine kapel, welke een Kluizenaar, bekend onder den naam van ger-, main ij'auxerre, bedignde. Deze heilige man had door het geheele land eenen grooten naam van wijsheid, zelfs kwam men hem van ver afgelegene oorden raadplegen. Ieder bedevaartganger Het in zijne Kapel een meer of minder kostbaar offer, het zij van melk en eieren, vijgen, en zelfs van geld, agter. De eik, welke deze Kapel overfchaduwde, was ook zeer vermaard. In deszelfs ftam was eene afbeelding der Moedermaagd, haar Godlijk Kind zogende. Te vergeeefs had men pogingen aangewend ,• om dit kleine bceldjen uit den Ham weg te nemen; telkens had men het op nieuw daarin gevonden; en ter gedachtenis van dit wonder, hadden onze Voorvaders deze Kapel in deszelfs nabijheid gedicht.

Z 4 Op

Sluiten