Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•ver. DE reiniging der zielen, na den dood. 519

kort en onbepaald ? Waar fpreekt dat Boek ook er¬

gens van eene bevestiging der gezaligden in het goede? Niemand twijfelt 'er nogthands aan, dewijl het uit de overige grondftellingen en leeringen derzelve voordvloeit. Waaröm zouden wij dan aan eene reiniging der zielen na den dood twijfelen, daar deze leer met de overigen in gelijk verband Haat ?

Ik hoop, voor het overige, niet, dat men op de gedachte zal vallen, als ware deze reinigingnadcelig aan de kracht vanc hris tus Verdienllen. Zoo als ik dezelve tot hiertoe heb voorgedragen, kan zij zulks even zoo weinig zijn , als de uitfpraak van paulus; Zonder heiligmaking zal niemand den heere zien. Jesus Christus heeft ons verworven de bevrijding van de ftraffe der zonden, maar niet van eene zedenlijke reiniging der ziel.

„ Zou het tot dus verre behandelde gevoelen van de Reiniging der Zielen , der Euangelifche Leere van de Vergeving der zonden niet te na komen?" —- Alzoo weinig, als de Artijkelen van de dagelij kfcke Vernieuwing t en van de tuchtigingen, louteringen, en beproevingen der

Vromen, in dit leven. ,, Maar het nerven wordt

toch velen zwaar gemaakt , indien die reiniging plaats zal hebben." —— Niet zwaarder, dan iederVoor zichzelven, door zijn gedrag, het gemaakt heeft. En het ligter te maken dan met de waarheid overëenftemt , is flrijdig met de waardigheid en den last van eenen Euange-

lieprediker. ,, Maar de troost in het fterven wordt

'er door verzwakt." Dit bewijst niets. Alle plante,

zegt jesus, matth. XV: 13, die mijn Hemelfche vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden. Genoeg , dat aan den troost in het fterven , ten opzichte van de hoofdzaak, niets benomen wordt; dat de (telling vast blijft: Die in den heer e fterft, ft er ft zalig. — „ Ondertusfehen geeft men toch daardoor aan den dood alle de verfchrikkingen weder, die denzelven door de opheffing des Vagevuurs ontnomen zijn." Dit zal men

niet in goeden ernst itaande houden. De verfchriklijkheid des Vageviiurs is wel groot] ijks onderfcheiden van het verfchrikkende eener zedenlijke , geestlijke, en daar bij vaderlijke reiniging.

Ik fluite, met de woorden van lavater, in zijnen Brief aan zimmerman (*); alleen met dit onderfcheid

in

(*) in den agttienden Brief.

Kk 4

Sluiten