Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER de reiniging der zielen , na den dood. 5«

welgevallen. Waarin wij ons zeiven hier , in het werk der heiligmaking, verfchonen, daarin zal aldaar geene verfchoning zijn. Geven wij hier aan het vleesch, dat het juk van jesus en den ftrijd tegen de begeerlijkheden fchuwt, en in het gemeen aan onze bedorvene neigingen , te veel toe , dit zal daar, zelfs in het genot der zaligheid , droevige gevolgen voor ons hebben. Wat hier van ons niet gedaan is, dat moeten wij daar, zonder de minfte oogluiking of afflag, volbrengen. En dit zal ons des te gevoeliger vallen , naar mate ons alsdan onze eigene nalatigheid , onze gemaklijkheid , onze onachtzaamheid , waaraan wij ons in dit leven fchuldig maakten , gevoeliger op het hart zal zinken, naar mate de verwijtingen , die ons geweten ons daarover doen zal , fterker en nadruklijker zijn zullen , naar mate de gebreken en misdagen , welken uit onze nalatigheid voordfproten , menigvuldiger en zwaarder , der eere van god, en het welzijn en der gemoedsrust onzer evenmenfchen nadeliger, meer ftrijdig tegen onze verpligting , en onrechtvaardiger , geweest zijn. Hoe verder wij ons dan nog van het doel der volmaaktheid zullen befchouwen , hoe dieper zich deze en gene verkeerdheden, door onze toegevendheid jegens onszelven, en door onze traagheid , in ons vastgezet hebben, zoo veel te zekerer heeft meu te wachten, dat de Geest- en Vuurdoop aldaar veel fcherper zal wezen dan hier, nademaal wij hier, van wegen de zwakheid van het vleesch dat ons omgeeft, zoo veel niet verdragen kunnen, en met meer verfchoning , infchiklijkheid , zachtheid , mededogen, en onderfteuning, van eenen god die weet wat maakfel wij zijn, behandeld moeten worden; terwijl ook ons gevoel aldaar veel fijner, en onze ziel, van de banden dezes groven ligchaams ontdagen , veel gevoeliger wezen zal. En dan, hoe later wij aldaar tot onze volkomene reiniging geraken, zoo veel te verder komen wij, over het geheel, in de gantfche toekomende Gelukzaligheid te rug; hoe vroeger, daar en tegen, wij het doel 'der volmaakte heiligheid bereiken, zoo veelte verder zullen wij in dezen fteeds voorüit zijn. Elke flap, dien wij hier op den weg der volmaaktheid ten agteren blijven, of dien wij daarop voorwaards doen, heeft zijne gevolgen in het oneindige, door de gantfche Eeuwigheid heen.

Kk5 «ij-

Sluiten