Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

524 over dk reiniging der zielen , na den dom).

Men ziezMakkab. XII: 43, en vergelijke daarmede, hetgene grotiijs zegt, in Adnot. in N. T. over luk. XXIII: 43, en matth. XII: 32; alwaar hij toont, dat de Jooden, ten tijde van den Zaligmaker, in het begrip honden, dat niemand tot den ftaat der volle Gelukzaligheid in de andere Wereld geraakte, vóór dat hij volkomen gereinigd was. Zoo veel is , ten minfte, mijues

idünkens , uit alles wat hij daar zegt, vergeleken met brok er., als zeker op te maken.

„ Zij is een Artijkel in de Geloofsbelijdenis der Griek-

fche Kerk."

Baumgarten geeft ons, in zijne Religionsgefchichte, een Uittrekfel uit die Geloofsbelijdenis. ,, Vraa* 64. „ Sterven ooit menfchen, die tusfchen zaligheid en ver„ doemenis zijn ? Andwoord. Een middenftaat , tus„ fcten zaligheid en verdoemenis , is 'er niet in de ande„ re Wereld. Maar zekerlijk worden vele zondaars uit „ de banden der Helle verlost, niet door boetedoening, „ maar door de werken der levenden, door het Gebed „ der Kerk, en door het onbloedige Offer, hetwelke de Kerk

,, daaglijks toebrengt voor de levenden en dooden.

„ Vraag 66. Wat heeft men te denken van het Vage. „ vuur? Andwoord. 'Er is geen plaats in de Schrift, „ waarin men deze, na den dood durende, en de zielen ,, reinigende , kwelling , duidlijk vinden kan. Het is „ veel meer een gevoelen van origenes, die daarom „ in de tweede Kerkvergadering van Kanjiantinopolen ver„ oordeeld is. Ook is het klaar, dat de ziel, na den „ dood, geene Verborgenheid of Sacrament der Kerk kan „ ontvangen. En indien het mooglijk ware, dat de ziel „ voor zichzelve iet tot vergeving harer zonden verrich„ ten konde, dan moest zij ook deel aan het Sacrament, „ de Biegt, en Boete, hebben, hetwelke verre van de „ waare Leer is. De Kerk offert met recht voor zulke „ zielen het onbloedige Offer, en richt haar Gebed tot „ god, opdat haar hare zonden vergeven mogen wor„ den; maar niet, dat ze eenige fmart lijden, en daar-

„ op gereinigd worden. Ook zijn de verdichtfels

„ der genen, die zeggen dat de zielen, wanneer ze on„ boetvaardig uit de Wereld fcheiden, op punten, in „ wateren, en zeeën (gelijk wij hiervan eene voorftelling „ aantreffen in virgilius /. c. cui add. L. VI. 337) „ gepijnigd worden, nooit van de Kerk aangenomen."—

Sluiten