Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en DEOOMEN. 35

(Zij fchenkt een glas Champagne in.')) Daar Mientjen, drink en fchep moed.

de gravin, (zij neemt een Medaillon die zij om heur hals heeft. 6 Gij! die mij door een ongelukkig gefternte ontrukt zijt. . .. Zonne van mijn aanzijn ! Kracht vsn mijn leven ! Waarom fneeden de onverbiddelijke Parfen u zo fnel, zo onverwacht, den draad des levens af? Waarom kondet gij niet zo lange leeven, tot dat ik mijne Mülioenen in zeekerheid ge^ bracht hebbe, en met het geld het geen de--nu ver* brijsfeide Tabaks Monopolie mij zoude inbrengen, het Vorstelijke landjen van Pijrmont gekocht hadde? Waarom werd u van de Goden, gij God dezer Aarde-, ■de onfterfelijkhcid geweigerd ? — Moest het zo verre met u komen! Ook gij een lp ijs der wormen. (Zij JJaat Hamlet op en leest.) „ De verte Koning en „ de magere Bedelaar zijn flegts tweederhande gercch„ ten; twee fchotelen voor eene tafel.... Dit is het „ einde van het Lied."

koeder enken, (zingt.)

- Weg met de frnan Want hier is wijn !

(Zij drinkt Champagne en hoest}

Sluiten