Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( * 5

olifant, en het wormpje, dat langs den grond kruipt.

De vogeltjes zingen tot Gods lof, wanneer zy lieflijk onder de groene lommer kweelen.

De beeken en rivieren looven God, wanneer zy met een aangenaam geruisch over de gladde keitjes vlieten.

Ik zal God verheerlyken met myne ftem; want ik mag Hem verheerlyken; fchoon ik flechts een klein kind ben.

Weinige jaaren geleeden, lag ik nog in de wieg, en myne tong was fpraakloos in mynen mond.

Toen kende ik den grooten naam van God nog niet; want het licht der rede had nog niet begonnen in my te ontluiken.

Doch nu kan ik fpreeken, en myne tong

zal

Sluiten