Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CONFRAATERS. 29

Doe Kreeg }iy weer een beuk,

Riep tuk'er de tuk, geuk, geuk, geu*,

Altyd kraaid de Haan,

En de Mootenaar achter aan.

4 ir

De Moolenaar wou vliegen, Hy ging hem zelfs bedriegen. En liet zyn armen gaan» Geiyk de Vleugels van een Haan. Doe kreeg hy wqèr de beuk: Riep tuk'er de tuk, geuk, gèük, geul;, Altyd kraaid de Haan, En de Moolenaar achter aan.

5. ,

Veel Menfchen kwaamen loopen, De Haan had fchier verzoopen, Zy haalden hem uit de Sloot, En zy redde hem uit de nood. Daar kreeg hy weer de nuk,, '4 En riep tuk, tuk, tuk, tuk, tuk, Altyd kraaid de Haan, En de Moolenaar achter aan.

/Hoord toe gy Moolenaaren, Ziet; hoe de Haanen vaarén, Ziet beeter voor u toe, Als dat, gy roept koekerde koe. En wagt u voor zoo een malle beukfj Van te roepen teuk, teuk. teuk, Altyd kraaid de Haan, En de Moolenaar achter aan.

ELI-

Sluiten