Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEENEN JAN. 2?

toen hij weinige dagen geleden uit fpeelen was geweest. Daarop zeide de raewtej/denkt ge wel om dien hoer? Zie mij eens recht in het gezicht, en zeg mij of gij u dien boer niet herinnert?

Jan , zijnen- leugen nog Itaande houdende, zeide, dat hij niet begreep wat hij meende; waarop zijn meester hem op de volgende wijze aanfprak.

Gij hebt mij een leugen verteld; ,-, *n het liegen is eene misdaad te„ gen God en menfehen. Menfchen „ moogt gij voor eenen korten tijd „ bedriegen, doch eindelijk zult gij

bekend en ook veracht worden; „ maar nimmer kunt gij God be

C 2

Sluiten