Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan Zyne Doorlugtige

Hoogheid, den Heere Prince Eif-Stadhoudcr.

Doorlugtig, Hooggeboren Vorji en Heer !

Wy kunnen Ons niet langer dispenfeeren om Uwe Doorlugtige Hoogheid Onze rechtmatige bekommering over den (leeds toeneemenden criryken (laat van dit Gemeenebeft en over de onbegrypelyke directie, welke omtrent de Publyke Zaaken plaats heeft, onder het oog te brengen: Wy behoeven aan Uwe Doorlugtige Hoogheid niet breedvoerig te detailleeren, welke noodlottige gevolgen uit den verderffelyken Oorlog, waar in de Republyk is ingewikkeld, vooral voor Onze Provincie en derzelver Ingezetenen, bereids gerefulteerd, en in het ver* volg te dugten zyn.

Wy hebben niet dan met de gevoeligfte aandoening kunnen, ontwaar worden, dat een aanzienelyk gedeelte van de buitenlandfche, en voor Onze Provincie in 't byzonder, zoo beiangryke, Bezittingen , tegelyk met het grootfredeel der koftbaarfte en rykbeladene Schepen, op het onverwagtfl: een prooy der vyanden geworden zyn; dat de Commercie, de eenige oorzaak waar aan deeze Geweften, naaft God, hunne..ppkomft en bloey verfchuldigt zyn, den hartader is afgcftoken; dar eene fteeds toeneemende vermindering en gemis van inkomften by grooten en kleinen word ondervonden ; en dat uit dit alles niet dan de akeligfte vooruitzigten flweten- geboren worden.

By deeze overweging moeten Wy met aandoening, doch teffcns niet zonder genoegen, Ons herinneren de regelmatige denkingsvvyze, welke Wy voor en in het begin der tegenwoordige onluften, by alle gelegenheden , gemanifesteerd hebben.

Al te wel van den toeftand en waare belangens der Republyk overtuigt, en zelfs nog niet kunnende voorzien dat de Wapenen van den Staat met zulk een onvoorbeeldige traagheid ftonden gebruikt te worden, oordeelden Wy dat eene

A opent-

Sluiten