Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 3 t

regeling moeten niet alleen de Finantieeie gronden en beginzelen {maximes en princbes) aangew-ezen, maar ook net zamemtel vaq belasting bepaald worden. De Wetgevende, of eenige sfdere Vergadering, moet nooit de magt in handen hebben, om ander;, dun de voorgefchreeven Belastingen, te kunnen opleggen; alle derzeiver iragi eih:.ir a leen in de geevenredig'e vermeerdering of vermindering van de voorschreven Belastingen, naar mate de omfandighedenvan zaaken dit vorderen. En even gelyk de wil van een waarlyk vry Volk, aitydbillyk en rechtmatig is, en het zyne Wetten op de reden grond, zoo kunnen in het byzonder cc Belastingen niet willekeurig zyn; 'er moeten gronden zyn, watJÖp het recht van belasten rust, en de verpligting van ieder Lidder Miatf :h:;ppy om zyn aandeel in den algemeeuen last te dragen, moer in dat recht gegrond zyn. Deeze grond is de befchermmg en beveiiiging, welke de Maatfeha'ppy verleend aan keven, bezittingen en inkomften. Had deMaa'fchsppygenoegzamegemeenlchappelyke Bezittingen or'Domeinen, om daar uit de uitgaven van den S'aat goed te maken, zy had niet nodig om van haare Leden belastingen te vorderen; maar damzy decze^nkt he ft, en het ook niet oirbaar zoude zyn die te hebben, moet de benodigde fmime géld& , ve.eischt wordende tot de uitgaven van den StaiJt, over aile de Leden en deelen van den Siaat omgeflaagen worden in zodanige ongelyke gedeeltens als de daadelyk aanweezig zynde ongelykheid vordert. Want, daar het aandeel welk ieder enkel Burger draagt in de lasten van den Staat, het Equivalent is voor hét aandeel , welke hy in de algemeene befcherming en beveiliging van den Staat geniet, of genieten kan, maakt de daar in plaats hebbende ongelykheid , pist de waare en eenige maatftaf der gelykheid die geëvenredigt moet zyn aen het betrekkelyk vermogen van de Ingezetenen, en a/zoo overeenkomttig met de befcherming' en bev. iliging, welke zy, hoofl voor hoofd, genieten, of des benodigd zynde, kunnen genieten. Eene gelykheid, dia d;s niet enkel moet beftaan in het voorfchrift van de wet, maar in haare uitvoering zelve; want dan waare zy ilë'gts eene fchynbaare gelykheid, en zoude de* gr<;ot"te ongelykheid voortbr ngen; door naamlyk te werken in eene omgekeerde reden van het vermogen; of wanneer de Belastingen door flnikeryen en andt rc ffitfkflthe w-. gen van eenige Leden der Maatfchappy ontdooken' kunnen worden; en dit beid- Heeft plaats m alle indirecte Belastingen, gelyk ftr'aks nader zul aangemerkt werden; beha!ven deezen algemeenen grond, word ook noch het volgende als de hoofdzaak in een Plan van Belastingen gevordert.

i°. Pa' het Belhiur altóns zeker zy van te kunnen voorzien in de kosten v; n den Staat, en a^zoo van het quantum, welk de Belastingen over het geheel zullen opbrengen.

a°. Dat men de waarfchynelykheid van bereekening, hoe veel de Belastingen zullen opbrengen, brengt tot den hoogstmogelyken trap van zekerheid; en dat toevallige, of liever willekeurige oorzaaken , da^röp geenen invloed kunnen hebben.

3°. Dat dere den of g^ond der Belastingen , vooralle de Ingezetenen dezelfde is, hoe verfchiüend ook dat aandeel zy , welke ieder in den algemeenen last draagt; zoo dat de reden, waarom de een meer opbrengt dan de ander, altoos dezelfde zy.

4°. Dat de Belastingen, doorniemand, in deszelfs evenrrdig aandeel, ontdooken kunnen worden; bf dat dat geen, waaröm.renr eenig bedrog zoude mogen plaatshebben, niet ligt verborgen gehouden kan worden, maar altoos voor behoorlyk onderzoek bloot ftaat.

5°. Dat het gemakkelyk zy die geenen te ontdekken, die, in evenredigheid tot anderen, te Veel of te weinig dragen, en dat deeze ongelykheid, zooveel mogelyk, zeker en gemakkelyk herfteld kan worden.

B C°- Da-

Sluiten