Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne eedle minzaamheid, zijn zugt tot mijn bewaaring

Bij 't kwijnend handenwerk, heeft mij het fpoor getoond, Waar langs ik veilig ging. Hoe glanzig toont de ervaaring

Dat zijn gepaste raad naar wenfchen is bekroond! — Grootachtbre Vriend mijns Vriends! zoo lang ik hier beneden

Befta, de denkkragt in mijn ziel aanwezig blijft, Moete ik gedenken aan de heufche en wijze reden ,

Waar mede uw liefdrijk hart mijn wenfchen heeft geftijfd. Gelijk een dorstig land, gefpleeten door de droogte,

Ras door een milde vlaag van regen wordt verkwikt Zoo werd mijn hart gefterkt. — Mijn .heilzon rees ter hoogte,

En fcheen de neevlen weg, hoe zeer, hoe lang verdikt, 'k Mag hier, van dat gefprek, hoe gaarne ik zou, niet fpreekeiu

Het uitzicht ftelde mij de ontruste ziel te vreên. Hoe fpoedig is uw doel mij op de proef gebleeken,

Zoo ras gelegenheid maar even gunftig fcheen! Ook Gij, o Waarde Zoon van zulk een' waardig' Vader!

Gij waart tot mijne hulp, met uwen Ambtgenoot Volvaardig. Deze gunst was me als een vloejende ader,

Waar uit een zegenftroom tot mijn verkwikking iproot. Mislukte de eerfle proef, Gij bleeft me in gunst gedenken:

Bij de andre, die uw zorg voor mij beweezen heeft, Mogt geene tegenfpraak het blij genoegen krenken,

't Welke uwer Burgerliefde een ftreelende uitkoomst geeft.

D Mijn

Sluiten