is toegevoegd aan uw favorieten.

Groot placaatboek, vervattende de placaaten [...] van de Staaten Generaal [...] en van de [...] Staaten van Holland en Westvriesland; mitsgaders van de [...] Staaten van Zeeland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Begrypeiide allerhande Poiiricque zaaken.

atwaaf geen Molens ftaan, om van daar de Graanen der Ingefetenen op hunne Molens te haaien, op een boete van vyftig guldens, ten behoeve als vooren, en zulks boven de verbeurte ten profyte van den Officier van Paarden, Wagens, Karren of andere RytuigerJ, waar mede de contraventie zal zyn gefchied.

Ten derden, dat alle en een ieder der Ingezetenen van de Meyerye zig prseciefelyk zullen hebben te reguleeren na den inhoud van het 13 Articul der Ordonnantie op het Gemaal en Hoofdgeld, ten platten Lande van Braband, in dato 31 january 1716, medebrengende, dat geen Ingefetenen van een Plaats of Dorp daar een Molen is, zal mogen zyne Graanen elders doen maaien, in conformité van de voorige Placaaten van 1 Juny 1654 en 16 Jannuary 1657, en op de poene daar bygeftatueerd.

Dat aan de Ingefeetenen van de Plaatfen, alwaar geen Molens ftaan, zal worden vrygelaaten om hunne Graanen te breeken te brengen op een der Nabuurige Molens in de naastaangeleege Plaatfen, welke zy zullen verkiezen.

Behoudelyk nogthans in deelen aan de Molenaars zoodanig recht, als defelve volgens een wettig recht of titul van verkryg, O&roy of andere Brieven mogten hebben, om privative en exclufive de Graanen der Ingefetenen van eenige Nabuurige Plaatfen op hunne Molens gemaalen te hebben, als moetende in zoodanig geval die Ingezetenen gereekend worden als gehoorende onder den byvang van zoodanige Molen, en dienvolgende gehouden zynde zig al mede prasciefe te reguleeren naar het 13 Articul van zoo evengemelde Ordonnantie van 31 January 1716

Dat ingevalle tusfchen de Molenaars van eene Plaats, alwaar meer dan ééne Molen ftaat, eenig different over den byvang van hunne Molens mogt plaats hebben of ontftaan, de Regenten derfelver Plaatfen zullen zyn gequalificeerd, gelyk daar toe gequalificeerd worden by deefen, om met kennis en overleg van den Ontfanger der Gemeene Middelen over het Quartier, waar onder die Plaats gehoord , deswegens zoodanige fchikkingen te maaken, en te decideeren, als in redelykheid zullen vermeenen te behooren.

Dat ingevalle aan den Molen eenige nodige reparatie zal moeten gefchieden, waar door de¬

zelve voor eenige dagen zoude moeten ftil* ftaan, de Molenaar gehouden zal zyn de In* gefetenen daar van in tyds te waarfchouwen s ten einde zy zig te vooren van het nodige Meel voorfien, doch dat by aldien die réparatien binnen agt dagen niet geëindigt zyn, of de Molenaar verzuimd had de Ingezetenen daaï van te waarfchouwen, het als dan aan de Ingezetenen zal vry ftaan hunne Graanen naeené Nabuurige Molen te brengen, tot tyd en wylen de Molen, waaronder zy gehooren, weder in ftaat gebragt Zal zyn.

Eindelyk ten vierden, dat aan alle Ingefetenen van de Meyery zal worden geinterdi* ceerd, gelyk geinterdiceerd word by deefen, om geen gemaale Meel of gebakke Brood, met uitfondering alleen van Tarwe Brood en andere Gebak van Tarwe gemaakt, van elders, ert zulks niet alleen van vreemd Territoir, maar ook van de eene Plaats in de andere , in te brengen, op eene boete van vyftig guldens, te verdeelen een derde voor den Officier, die de Calange doet, een derde voor den Armen, en een derde voor die geene, welke de voorfZé Contraventie aanbrengt, en daar en boven verbeurte van de Paarden, Wagens, Karren en andere Rytuigen, waar mede bevonden mogt worden de Contraventie te zyn gepleegt, en van het ingebragte Brood, ten behoeven van den voornoemden Officier.

Werdende de Eigenaars der Koornmolens* de Molenaars en de Vorfters der Plaatfen, waar onder Molens ftaan, gequalificeerd om ten allen tyden, wanneer zy iemand zullen bevinden tegens dit geftatueerde te pecceeren, de aanhaaling te doen, en &&t v«a aan den Officier kennis te geeven, om tegens deContraventeurs te konnen procedeeren naar behooren.

Ontbieden en beveelen wy mitsdien de réïpeófive Officieren in het Diftrief van de Meyery voornoemt, om aan de executie van deefe onfe beveelen de hand te houden, en tegens de Contraventeurs en Overtreeders, na den inhoud deefer Publicatie, zonder eenige conniventie te procedeeren.

En op dat niemand hier van eenige ignorantie pratendeere, lastenen beveelen wy, dat deefe alomme in de Meyerye zal worden gepubliceert en geaffigeert, ter Plaatfe alwaar men gewoon is publicatie en affixie te doen*

Aldus gedaan in den Raad van Staate in 'sGravenhaage den 12 January 1791.

(JVas geparapheert f) C, J. van LICHTEN BER GH, vt. (Onderjlond,) Ter ordonnantie van den Raad van Staaten*

(JVas getekentf)

V v 3

J. H. MOLLÉRUi

Re-