Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3* Dk HOTTENTOTTEN.

eens met een' Hottentot, welke in Holland overgebragt was , onderhouden hebbe, te« einde te beproeven of hy ook eenige letterkundige regelen in hunne taal, van denzelven, konde opfpeuren. Daar toe liet hy hem het geheele onze Vader, woord voor woord, na zeggen; doch het woord geheiligd konde hy niet uitdrukken. Hy vroeg daarop ook naar het woord God, doch dat konde hy insgelyks niet anders dan met den hollandfchen naam Gouverneur benoemen. Als Reland hem voords vroeg of ze dan in het geheel niets, dan of ze ook by geval de zon aanbaden , andwoordde hy hem t dat zy zo verre niet dagtcn. Evenwel zyn ze niet vreemd maar zelfs zeer genegen tot het geloof aan toveryè'n , zo dat ze toch een denkbeeld van een magtig en boos wezen hebben, 't geene ze alle kwaad dat hun overkomt toefchryven.

Wanneer er iemand onder hen derft, maaken ze een groot misbaar met huilen en klaagen. Zy buigen de dooden te famen, zo dat het hoofd tusfehen de beenen te daan komt en by de begraaving wordt het lyk, niet uit de gewoone, maar uit eendaar toe byzonder gemaakte opening uit de hut gehaald en op de armen der vrienden ter aarde bedeld.

De zogenoemde Boschmannen, Boschmans Hottentotten , of Boschmenfchen, zyn eene foort van Hottentotten welke zich in de bosch- en bergachtige oorden onthouden, en aldaar de famenleeving met de overige meer gezelligen ontvlucht zyn. De hebzucht der Europeaanen heeft hun bedaan veroirzaakt. Want daar deze zig in het land der Hottentotten uitbreidden, moesten de inboorlingen het zelve ruimen, en zy daar, by de andere Hottentotten, geen verblyf konden vinden, in rotfen en holen vluchten, waar uit ze ook by geheele benden fomtyds de huizen der Colonisten komen plunderen, het vee weg voeren en de boeren doodflaan. Zy zyn het uitfehot der Hottentotfche natie en nog veel onreiner dan de gezelligen, gaan by dag op roof uit, kruipen des nachts in hunne holen en ook in kuilen onder de aarde, lyden een armoedig en elendigleven, en woonen doorgaands, by benden van iotot 100, by elkander. Hunne geweeren zyn boogen en pylen, met welken zy tot 280 fchreeden ver kunnen fchieten. In het loopen zyn zy verbaazend fnel, zo dat een paard hen kwalyk kan achterhaalen en zy weeten de naaf hun geworpen deenen, al Ioqpende, zo behendig door uitfprongen te ontwyken, dat men hen bezwaarlyk raaken kan. De Colonie Hottentotten gaan met geheele benden tegen hen op de jagt, waar in zy een groot vermaak fcheppen; als zy er eenige leevend vangen, houden ze hen voor hunne flaaven.

VAN

Sluiten