is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVRAAG VAN 1777. 227

meeften zijn uit der aart log,vreesachtig, enderhalvenbygeloovig;deze worden nooit Wijsgeeren; maar daar waren, gelijk men uit rnyne vroegere aanmerkingen reeds heeft begonnen te zien, onder alle volleer en, zoo dra zytot eenige befchaafdheid vorderden, vlugge, moedige, en werkzaame hoofden, die, niet te vrede om de dingen, die hun voorkwamen, op den voet der menigte, flechts oppervlakkig te befchouwen, dezelve in hunnen aart en verband poogden te Jeeren kennen, die hunne gewaarwordingen en denkbeelden met malkander vergeleken, en de oorzaaken der verfchijnzelen poogden op te fpooren. Deze wyze van denken heeft men met rede Wijsheid geheeten, en zy, welken men met dezen naam onderfcheidde, denzelven te verheven oordeelende voor hunne zedigheid, hebben dien in Wijsgeerte, of Wijsbegeerte, veranderd, want alle Wyzen, die voor p y t h a g 0 r a s leefden, hadden deze verandering reeds gemaakt, en alle Wyzen , die nahem beftaan, zullen die voorbeelden volgen. Zie daar wat de zaak waarlijk zy 1 Het is 'er juist even eens mede gelegen als pope van 'c geluk zingt:

Fix'd to no fpot is happinesf Jïncere ,

t'Is no where to bc found, or ey'ry where;

't Geluk treedt gaarne in 't hart van alle welgezinden , Het is door niemand, of het is door elk, te vinden.

Zoo ook is de Wijsgeerte of niets, of alles; zoo komt zy overal, of nergens, te pas; zoo is zy voor alle menfchen noodig, of dient voor

F f 2 nie-