is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

328 ANTWOORD OP DE

niemand; want, fchoon ik geenszins met vitrüvius vordere, dat een Bouwmeefter alles, wat weetbaar is, weete, en zelfs in 'tburgerlijk recht ervaaren zy , om zich niet te vergisfen in den eigendom des gronds, daar hy op bouwe, fchoon ik zelfs uitdrukkelijk begeer, dat ydere weetenfchap zich in zoo verre tot haar zelve bepaale, als zy de hulp van andere weetenfchappen niet volftrektelijk van nooden hebbe, zoo-blijft het echter zeeker, dat en Bouwkunde en Rechtsgeleerdheid,* en Schilderkonst en Geneeskunde, en Natuurkennis en Godgeleerdheid, en alle andere Studiën en Konften, dien geest van Wijsgeerte, waar van ik de vroegfte werking heb poogen op te fpooren, alleszins van nooden hebben, en dat zy door dien band alleen aan malkanderen gefnoerd zijn; want het zy men zich met zyne byzondere plichten , of de belangen der Maatfchappy bezig houde , 't zy men zich in de wetten oeffene, of de gefchiedenisfen naga; 't zy mende oudheden opdelve, of den tegenwoordigen ftaat der Konften en Geleerdheid onderzoeke ; 't zy men de vroegfte Schryvers naar hunne waare meening doe fpreeken, of de goede Modernen leeze; 't zy men 't groot Heelal, of de menfchelyke ziel, tot het voorwerp zyner betrachting ftelle; 't zy men God uit zyne werken, of uit de openbaaring, pooge te leeren kennen ; 't zy men zich met den gezonden, of den zieken, mensch bezig houde, en hem vertroofte, of geneeze; men moet fteeds denken en werken naar dezelfde algemeene regels, door 't gezond verftand voorgefchreven ; men moet fteeds de algemeene wetten van vergelyken , oordeelen , befluiten , volgen , en men is derhalven even eens Wijsgeer. „Men doet een dubbeld ongelijk, zoo

„ als