is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVRAAG VAN 177-7. 229

„ als de beroemde p'alembert (a) aanmerkt, en aan de fraaie „ letteren, en aan de Wijsgeerte, met te denken, dat zy malkande„ ren wederzijdsch kunnen benadeelen of uitfluiten ; alles, wat niet „ Hechts tot onze wyze van bevatten maar ook tot onze wyze van „ voelen behoort, ftaat onder het gebied der Wijsgeerte ; en het „ zou even redeloos zijn dezelve tot de Hemelloopkunde en de ftel„ zeis der werelden te bepaalen, als de Dichtkunst te dwingen om niet „ dan van Goden en Godinnen, of liefde te zingen ". Inderdaad:

Toen Leeuwenhoek door 't glas een nieuwe wereld fchiep,

Toen Huigens in Saturnus baanen

Een ring ondekte met vijf maanen, En Venus op de zon voor 't oog van Horrox liep:

Toen 't oude ftelzel, door Copernicus herkneed,

De zon hadt van haar reis ontilagen,

Dien loop den aardkloot opgedraagen, Die 't met min omflags en met meerder orde deedt;

Toen Newton zei, „ daar'slicht"! en 'tvoor elks oog verfcheen,

De zwaarte ontdekte , die het leven

Aan al de ftoffe heeft gegeeven; En Metius het Telescoop toonde aan 't gemeen;

Toen

(a) d'alemberts Refiexions fur le Ceét, Mélanges &c. Tom. IV. pag. 31?.

Ff s