Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

514 HET REGT OP EN DE VERPLIGTING

niet met hunnen by val vereeren; laatende de te rechtbrenging der onwilligen, na de voordragt hunner bewyzen gaarne over aan dien Heerfcher in den hooge , wien het kennisneemen daar van alleenlyk in den uitnemendften zin toebehoort.

TWEE AFZONDERLYKE TEGENE-EDENKINGEN»

Een zeker foort van Leezers zou kunnen vraagen ï Volgt niet uit al het bygebragte, even gewis als het ovrige, dat alle kastyding, hoe ook begreepen, nutteloos is om het verftand te verlichten of den wil te buigen ? Past uwe redeneering wegens alle begrip van het plichtmaatige en waare, niet even zeer op den eerften aanvang en de beginfelen onzer kennis en neigingen, als op den verderen voortgang? Maakt de redeneering dus niet alle dwangmiddel zelfs in de kindfche jaaren

verwerplyk? En is echter het niet onthouden

van de roede, om den jongen te tuchtigen, niet als een der eerfte lesfen, welke de Natuur aan den rechtfchaapen vader geeft om de buitenfpoorigheden te beteugelen ; eene les die ook door den Godsdienst ten hoogften bekrachtigd wordt ? — —— Wy hebben vooraf reeds aangemerkt, dat het vroegfte tydperk des Levens thans niet behoorde tot onze befpiegeling, als vorderende doorgaans andere regelen dan die, welke op de volwasfenen toepaslyk zyn. Onder dezen is toch nooit iemand, die zich over de medemerifchen

een

Sluiten