is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen, raakende den natuurlyken en geopenbaarden godsdienst, uitgegeeven door Teyler's godgeleerd genootschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOOR DE EUANGELIELEER. j^j

hun volk, gefchikt, en hierdoor, zeer veel goeds geftigt hebben. Doch ik wil my vergenoegen, met deze zaak, in het voorbygaan, flegts even aan te roeren.

Maar, denken welligt fommige Lezers, hoe kan het gezag van Jezus , en zyne Jpostelen verdedigd worden ; zo de onderftelling waar zy : daar zy, zoo duidelyk, en herhaalde reizen, verzekerd hebben, dat zy geene fabelen gevolgd, geene menfchengunst, maar die van God, in hunne prediking', bejaagd hebben (*)? Deze zwarigheid is ligtlyk op te heffen; mids men moeds genoeg hebbe , om de plaatfen, waarop men zich beroept , onpartydiglyk te onderzoeken. Laat my eenigen van dezelven, en wel de fterkften , noemen. Predik ik dan, zegt Paulus (* *), eene leer van menfehen, of van God? Of zoek ik menfehen te behagen ? Voorwaar, indien ik nog menfehen behaagde; zo ware ik geen dienstknegt van Kristus. Weet dan broeders , dat het Euangelie, zuelk ik verkondigd heb, niet van menschlyken oorfprong is : want ook ik heb hetzelve niet, van eenen mensch, maar door de openbaringe van Jezus Kristus, ontvangen, en geleerd. Ellers fchryft hy (***}-; wy hebben de fchandelyke agterhoudingen

ver"

(*) Zie den Schryver der Bcmerkungen uber die Lehrart Jeju f. 306.

(**) Gal. I: 10—. 12. Beausobre geeft, dunkt my, de woorden j .#%n <yx% «v9-p&)T3vf weiSw, v rov hov ; zeer wel: car la doSrlne, qite js vcux perfuader ici, eft elle des hommes, ou de Dien?

(***) 2 Kor. IV: 2.

Y 2