is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen, raakende den natuurlyken en geopenbaarden godsdienst, uitgegeeven door Teyler's godgeleerd genootschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$2 DE KFLAGT VAN HET INWENDIG BEWYS

wonderen gene veranderingen of verbeteringen, maar wezenlyke gedeelten Van hetzelve.

Eindelyk komen wy tot de gewigtigfte zwaarigheid, die veele bedenkingen in zich bevat; „de wonderen

leveren voor ons geen gepast bewys op: wy kunnen „ van derzelver waar- of valschheid niet verzekerd „ worden : wy moeten dezelve aanneemen op het „ getuigenis van lieden — het getuigenis der wonder„ werkers zelve geldt toch niet — die te dom wa„ ren om waaren van valfchen te onderfcheiden. Ten „ anderen, om tot de kennis van derzelver waarheid „ te geraaken, heeft men veel geoefendheid in het na„ denken en een gantfehen toeftel van oudheid- taal„ gefchied- en oordeelkunde noodig; het gros des „ menschdoms is hier toe niet gefchikt.— Daar God „ nu eene algemeene , voor ieder gefchikte openbaa„ ring heeft willen geeven, is het niet te vermoeden, „ dat hy het geloof van haare Godlykheid heeft willen „ laaten afhangen van bewyzen, die flegts weinige ge3, leerden kunnen vatten; het is dus hoogst waarfchyn-

lyk, dat die wonderen nimmer in de daad verricht „ zyn: ten minften volgt hier uit, dat wy dit bewys„ kunnen laaten rusten en naar andere vatbaar er be,, wyzen voor de Godlykheid van Jefus leer zoeken." De kragt van deze geheele bedenking rust op de veronderftelling, dat het gros des menschdoms tot de gefchiedkundige zekerheid van de wonderen niet kan geraaken. Zodra het tegendeel van dezelve beweezen

is,