Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omtrend god en goddelyke zaaken. 19

beftek, buiten het welk de Reede der ftervelingen geen licht vermag te ontwaaren, of zich in fchemeringen ten hoogften verliest, waar by de voorwerpen flechts eene twfyelachtige, of onzeekere klaarheid hebben konnen.

Niemand derhalven , die met den fchranderen locke het ingeboorene aller denkbeelden in den fterveling loogchent, en zelfs de meest afgetrokkene naar zyn voorbeeld van de zinnelyke gewaarwordingen afleidt, .zal het onderneemen te ftellen , dat onze kennis tot een grondig begrip van den onzienlyken kan doordringen, of zodaanige zaaken zoude vermogen te weeten, welke in den raad Zyner wysheid verborgen, en door geene Openbaaring in klaaren dag gefteld zyn.

Meer twyfelachtig zeker is het, en door de tusfchenkomst van Jefus Godsdienst naauwelyks te bepaalen, of de mensch, omtrent de V Hoofdpunten, waar van in onze Inleiding gewaagd is, door eigen Redenskracht, zich immermeer zoude hebben konnen overtuigen (e). % 3-

(/) Het zyn nagenoeg dezelfde onderwerpen omtrent welke ik, na het afwerken der Verhandeling gezien heb, dat de beroemde locke en leland , het der Reden zeer bezwaarlyk ftellen, zich zonder eenige Hemelfche voorlichting van de waarheid te overtuigen. Men vergelyke des den Eerften the Reafon. of Christ. Works Vol. II. p. 575- (Ed. Gall. Ch. 14.) den laatften a Vieuw oftheDeist. Writers Vol.II.Let. 10. —En de Verhandelingen in het XVde Deel van Teyler's Godg. Genootfchap , (op dat ik zulks na derzelver uitgaave hier byvoege) bouwen eenpaarig op dien grond.

C 2

Sluiten