Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESTUUR UP ZAAKEN VAN GODSDIENST. 233

geoeffend, in haar en aart Repraefentatif is, dat is, vertegenwoordigende het geheele volk, en in deszelfs naam beftuurende. Door Burgerlyk Befluur, waarvan in uwe vraag melding gefchiedt, verftaa ik dan dat Ligchaam, uit veele of weinige perfoonen beftaande, aan 't welk de Oppermagt is toevertrouwd, in 't geen dezelve daadelyk uitoeffend. — Uwe Vraag is mag en behoort hetzelve Invloed te hebben op godsdienstige zaaken ? Het mogen veronderftelt eene vryheid van doen of laaten, zonder eigenlyke uitterlyke verpligting. Het behooren fluit zulk eene verpligting in zig, zodaanig dat men zonder fchending van pligt hierin niet kan in gebreke blyven. Gy hebt wyszelyk beide woorden verkoozen, om daar* door de aandagt der Verhandelaaren op beide voorwerpen te vestigen, met overlaating tevens van de noodige ruimte. Men zou naamelyk kunnen beweeren, dat het openlyk Beftuur wel Invloed zou mogen oeffenen op zaaken van Godsdienst, maar tevens vari meening zyn, dat de aart van den post van Beduurder of Regent, welke enkel Burgerlyk is, zulks juist niet medebrengt, zodanig, dat dit kan gevorderd worden. Ook zou men beide, het mogen en behooren kunnen ontkennen, ook het laatfte beweeren, zo dat zulks uit den aart van Burgerlyk Beftuur noodwendig voortvloeit; en dan valt de Vraag wegens het mogen weg. Vergunt my hierby nog een oogenblik ftil te ftaan. Het mogen komt, myns achGg tens,

Sluiten