Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

512 OVER DEN INVLOED VAN HET BURGERLYK

wordt, wil men niet de fchroomlykfte verwarringen en verwoestingen aanrichten, en dus, al ware 'er ai eens niets, dat aan het beftuur recht gaf, om zich met den Godsdienst te bemoeijen, echter zou ieder die bemoeijing wenfchen, en zich zeer wel met dezelve kunnen verdragen , zoo dra zoodanige gewigtige gronden, als wy aangevoerd hebben , voor dezelve pleitteden. Men ziet dus, dat alles afhangt van den toets dier gronden. Welaan, laat dan ook hier de onzydige reden beflisfen.

De eerfte grondregel, die zich hier ter toet-ze aanbied , is; alles, wat door het beftuur niet gehandhaafd wordt, vervalt. Kan men deezen regel wel als eene algemeene waarheid aannemen ? Laaten wy denzelven eens, op een der voornaamfte bronnen van het Maatfchappelyk welvaaren, de bevolking, toepasfen, en op welke hy boven alle anderen nog wel het meest fchynt te gelden. Zou deeze zonder handhaaving des Beftuurs vervallen ? Kan het heveelen, zich in het Huwelyk te begeeven ? Kan het beveelen, met de ftem eens Scheppers; Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt? Bepaalt de gcheele magt des beftuurs zich niet enkel tot zoodanige inrichtingen, die het Huwelyk gemaklyk maaken, de weelde en ontucht paaien ftellen? Moet het al het overigeniet geheel aan de natuur overlaaten? Voorzeker — By ons voorig onderzoek , is dit reeds ten grondflage gelegd, dat het recht en de magt des beftuurs, zich

niet

Sluiten