Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz. I

VOORBERIGT

JL n het voor/iel, daar de volgende verhandelingen over hopen, boorden Gods Voorzienigheid, en alle Gods volmaaktheden, voor toegeftaan genomen. De vraag, die men, dit voor/iel doende, gaarne beantwoord zag, raakt alleen de wyze, op welke de Goddelyke Voorzienigheid werkt.

Het beloop der wereldfche dingen, voor zoo verre het onder onze befchouwing valt, toont duidelyk, dat God eenige wetten heeft vajl'gefield, welken hy, in het beflier zyner leevende en leevenlooze gewrogten, onveranderlyk volgt. Een groot deel van deeze wetten is bekend. Ontelbaare gebeurteniffèn, gevolgen en uitkom ft en kunnen wy daar door vooraf bepaalen. En zoo moejl bet ook zyn, of wy gingen verkoren. Maar deeze v aft gefielde wetten reiken dis tot alles ? Kan het onver anderlyk volgen derzelven zulk een beflier voortbrengen, als werkelyk plaats heeft, cfGode meeft %vaardig is? IVorden tot een beftier van dien aart geene byzondere tuffchenkomften van God vereifcht? Zouden 'er, by mangel van zoodanige tuffchenkomften geene gebreken, verwarringen of verwoeftingen in de wereld ont ft aan, die men thans niet bemerkt, en die men met Gods blykbaare oogmerken niet kan overeenbrengen. En mag men zelfs alle gebrek, verwarring en verwoefting daar laatende,geen beter en volkomener beftier ftellen in geval van byzondere tuffchenkomften, by zekere gelegenheden, dan van een bloot onver anderlyk volgen van vaftgeftelde vletten.

Om zig de ver heven ft e en trooftrykfte denkbeelden van Gods Voorzienigheid, op goeden grond, te vormen, wenfchten de Leden van Teylers Godgeleerd Genootfchap over deeze Stoffen wel eenig meer licht gefpreid te zien, dan tot nog toe gefchied is. En niet twyffelende, of anderen zouden dit ook wenfchen, hebben zy eene vraag ter beantwoordinge voorgefteld, die den Geleerden en Verftandigen gelegenheid gaf, om 'er hunne gedagten, wat be-

\ paal-

Sluiten