is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen, raakende den natuurlyken en geopenbaarden godsdienst, uitgegeeven door Teyler's godgeleerd genootschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BYZONDERE VOORZIENIGHEID. 415

gegeven worden, die ons ten deel vallen door zyne goedheid, en door zyne befchikking. Op welk een manier hy die befchikt hebbe, doet hier niets ter zaak, of hy ons die onmiddelyk, of langs natuurlyke- wegen geeft,is voor ons hetzelfde, onze dankbaarheid en liefde moeten daarom even groot zyn.

Een voordeel, dat ons op eene byzondere wyze wierdt gegeven , zou ook geheel geen bewys zyn, dat God naauwer zorgde voor ons, en dat wy beter in zyne gunft Stonden dan anderen, welke een gelyk voordeel ter zeiver tyde, maar langs geheel natuurlyke en gewoone wegen, te beurt viele : Want God werkt niet byzonderlyk, daar zulks niet nodig is. Een menfch, die in de allergunftigfte omftandigheden zich bevindt, en buiten wezenlyk gevaar, kan een der grootfte gunftelingen des Allerhoogften zyn, offchoon hy op dien tyd geene byzondere hulp van hem behoeve of geniete. Terwyl een ander in zeer ongunftige omftandigheden, van alle hulp verfteeken, en door groote gevaaren omringt, op een zeer byzondere wyze van hem geholpen wordt, zonder dat hy nochtans beter, ofvan God meer bemind is dan de eerftgenoemde.

Men moet de algemeene en byzondere Voorzienigheid maar niet aanmerken,als twee, van eikanderen geheel afgefcheiden, zaaken; maar integendeel als met elkanderen verbonden en vereenigd, en te zaamen een geheel, een enkelde regeering uitmaakende; een regeering, die nu volmaakt is, en alle de oogmerken der Opperfte Wysheid beantwoordt; maar welke die volmaaktheid niet zou hebben , zoo God Hechts op een

dier