Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEDELYKE VRYHEID, 191

het ons behaagt; maar dat juist dat gene, het welk ons behaagt, door ons naar welgevallen bepaald wordt. Dat wy namelyk, om iets voor ons behaaglyk te maaken , het flegts als hebben te gebieden; en dat het aan ons ftaat, te maaken, dat iets ons behaagt, het welk ons te vooren minder aangenaam was.

Dan zy bemerken niet, dat zy dus de eene klip willende vermyden, zich op de andere verzeilen. Want terwyl zy ontkennen dat dit behagen eene oorzaak heeft, fchynen zy niet begreepen te hebben, dat zy dan inderdaad zonder oorzaak werken; en dat zy zich op die wyze in de ftrikken, welken zy meenden te ontworftelen, verwarren. Want wy weeten door onze algemeene leermeesteresfe, de ondervinding, dat wy niet enkel naar ons welgevallen, en als op ons bevel, kunnen te wege brengen, dat die dingen, welke zoet zyn, ons niet zoet voorkomen; of, als zy zulks doen, ons niet behaagen: dat ons de rykdommen, wanneer wy gierig zyn, niet goed, dat de vermaaken der wellust, als wy wellustig zyn, ons niet bekoorlyk toefchynen: en dat wy eindelyk in al zulk foort van dingen geene de minfte verandering naar ons goeddunken maaken kunnen. Die zelfde ondervinding leert ons wyders, dat er groote moeite en veel vlyts toe vereischt wordt, om die dingen, welke wy als gebreeken in onze gewoone leevenswyze ontdekt hebben, af te leggen: en dat wy met dit alles niet kunnen bewerken, dat die zaaken, die ons te vooren genoegtyk toefcheenen , door ons niet langer in zulk een licht befchouwd. worden.

In-

Sluiten