Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegens den staat der zielen na dit leven. I4I

na den dood zy, van Ariftoteles in het geheel niet verklaard was.

Ariftoteles derhalven, gelyk hy, fchoon duisterlyk, gefteld heeft, dat.de ziel onfterflyk was, zo heeft hy van de gefteldheid des toekomenden levens niets gezegd. Hy fchryft der ziele wel een onfterflyk leven toe, doch. het geen echter .ontbloot is van gedachten ove'r byzondere dingen, van herinnering, begeerte, vermaak en pyn.

Op Ariftoteles volgde Theophrastus, uit wiens talryke fchriften fommigen bewaard zyn, doch niet die genen waarin hy wegens de ziel gehandeld had, by voorbeeld, zyne ftelling wegens de ziel, gemeld by Diogenes Laertius (a). Dat hy, wat de ziel betreft, van Ariftoteles niet verfchild hebbe, kan men opmaken, eensdeels, dewyl 'by de oude Schryvers van zodanig een verfchil niets gerept wordt; ten anderen dewyl fommigen, Themiftius (£), by voorbeeld, er Stobaeus (0 zelfs, uitdruklyk zeggen, dat hy het.gevoelen van zyn leermeester gevolgd en het zelve bre der verklaard heeft,

De Opvolger van Theophrastus was Strato, die de leer van zynen meester op: veele plaatfen veranderc en byna alleen het natuurkundig gedeelte behandek heeft, waardoor hy den bynaam van Natuurkundigen ver

kre

(a) Lib. V. cap. 26. (£) Paraphr. in Ariftot. de Anim. lib. III. p. 91. (c^ Eclog. Phyf. L. I. g. 108.. fin.

■ ' S 3

Afd. VI. AristotelischeWysgeeren.

Theophrastus»

■ Strato..

[

i

Sluiten