is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen, raakende den natuurlyken en geopenbaarden godsdienst, uitgegeeven door Teyler's godgeleerd genootschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BELANGEN DER OPENBAARINGE. 6$

voorgeftelde leer waarlyk van Gode afkomftig is, dan oordeelt hy, dat hem nu niets meer te doen ftaat, dan het er op toe te leggen, om den echten zin dier leere wel te verftaan. — Vermits de Wysgeerte dus alle verwaande aanmaatiging van algemeene kennis tegengaat, en 's menfchen oplettendheid, door hem den beperkten toeftand zyner vermogens leevendig te doen bezeffen, van de natuur der dingen aftrekt, en tot het daadlyk beftaan der zaaken bepaalt, zo worden de Euangelifche leeringen op haaren echten grondflag geplaatst, en ze zullen dan, zo ik vertrouw, altyd zodanig bevonden worden, dat ze eene voldoenende blykbaarheid hebben, om eene redelyke overtuiging te wege te brengen.

Terwyl de wysgeerige geest vernederd wordt, op het bezef van de onnafpoorelyke natuur van het weezen der dingen, zo ontvangt dezelve te gelyk nog eene andere zeer fterke beteugeling tegen alle hooggevoelendheid, wanneer het verftand zig verder verledigt tot het nagaan van de inrigtingen der dingen, en het opfpooren der einden, ter welker bereikinge die inrigtingen gefchikt zyn.

Er is niets in de natuur te vinden, dat op zig zelve ftaat, en niet met iets anders verbonden is. Alles wat nu beftaat is het begin van zyn beftaan aan eenige voorafgaande oorzaaken verfchuldigd; het wordt in zyn beftaan gehouden en gewyzigd, door de werking der dingen, die er gelyktydig mede beftaan; en het zal werken op, en bewerkt worden, door eene groote verfchcidenheid van dingen, die rondzom het

I zei-