is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen, raakende den natuurlyken en geopenbaarden godsdienst, uitgegeeven door Teyler's godgeleerd genootschap.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l88 DE WYSGEERTE NIET NADEELIG VOOR

fchcpzelen geluk zulks vordert. Voor ons is deeze afwyking niet altoos kenbaar; om dat zy niet altoos onmiddelyk noch tastbaar gefchiedt: maar indien de aart der zaake eene zichtbaare verlaating vordert, zal deeze dan niet oneindig overeenkomftiger met de godlyke volmaaktheden zyn, dan de voortduuring van eene orde, die, zo dra zy het oogmerk haarer beftemminge mist, wezenlyke wanorde wordt?

Uit deeze aanmerkingen volgt, dat eene Openbaaring, fchoon als eene onmiddelyke tusfchenkomfte der Godheid befchouwt, nochtans niet onbeftaanbaar is met die eenpaarigheid welke de Wysgeer in het geheelal bewondert. Het byzondere denkbeeld 't welk wy ons van de voorzienigheid vormen, zal hier in geene wezenlyke zwaarigheid verwekken. Het zy wy alle onderhouding eene geduurige fchepping noemen; het zy wy ingedrukte krachten aanneemen, zoo lang maar de Schepper den onafhanglyken Heer van alles blyft, zal eene afwyking, opfchorting of wyziging dier weinige wetten, welke wy kennen, zeer mogelyk blyven. Die diepe denker zelf, welke de waereld een te volmaakt konstftuk acht dan om de hand des Werkmeesters geduurig te behoeven, en hierom alle fchepping en onderhouding tot een enkele daad des godlyken wils brengt, zal, op zyn eige gronden, de mogelykheid eener Openbaaringe moeten erkennen. Verklaart hy de uitvinding van konften en weetenfehappen daar door, dat het oneindige verftand het ftelzel der zintuigen in zekere hersfengeflellen zodanig heeft bepaald, dat eenige vezelen, door tusfchen-

kom-