Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BELANGEN DER OPENBAARINGE, 107

zelfde foort van verborgenheden, welke men in de fchriftuur berispt, ook in de wysgeerige weetenfchappen gevonden worden; ten einde het blyke, dat de Wysbegeerte niet gefchikt zy om, van deezen kant,, de voortreflykheid der Openbaaringe te verminderen,noch haar gezag te ondermynen.

§ 3-

1. ) Hoe onwis de mensch oordeeld, wanneer zyne denkbeelden niet volkomen zyn, noch de zinnen hem dienen, bewyzen ten duidelykfle de geest- en bovennatuurkunde. Wie is onbewust van de verdeeldheid der geleerden in deeze takken der Wysbegeerte? Hoe hevig twist men niet over de natuur van het onbegryplyke Wezen; het begin en het eindoogmerk der fcheppinge; de werking der voorzienigheid; den invloed van onzen geest op het lichaam; den aart der ziele; de vryheid en zedelyke noodzaaklykheid. — En nogtans zal, in het midden dezer nevelen, de reden een godlyk licht, een alleredelst voorrecht blyven.

2. ) De Wysgeer let op het nut der dingen en tracht het oogmerk te ontdekken: doch hoe flruikelend is hier zyn gang, en hoe dikwyls wordt die niet geheel gefluit? In het opfpooren der eind-oorzaak en is men veelal genoodzaakt, uit de gefchiktheid der dingen voor eenig bepaald gebruik, tot het oogmerk te be* fluiten, of uit de gelykvormigheid te redenkavelen i beide deeze regelen zyn nogtans aan uitzondering onderhevig, en doen den geenen die haar onbedachtzaam volgt, ligtlyk dooien. Onze kennis moet ook liier wel zeer beperkt zyn : want de betrekking der

Bb 3 en-

Sluiten