Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 VALLEN.

hunner dagen nog niet bereikt hadden; geenen als eene Lamp, die boven verwachting in de pype blyft branden, na dat zy het reeds verre boven het Mofaïsch tydperk (Pf. XC: 10.) gebragt hadden. Doch op welk eene wyze, op welk eenen tyd, het verbond der eeuwe is: De Mensch, die voortgekoomen is uit de aarde, moet eenmaal wederkeeren tot zyne aarde. Het is den menfche gezet, eenmaal te frerven, JHebr. IX: 27. (B) Maar fchoon alle Boomen, vallende, ter aarde vallen, zy vallen evenwel niet allen naar den zelfden kant. Zo is het ook met de Menfchen ; ten aanzien van hun ftoflyk deel, vallen zy allen ter aarde: Eenige weinigen uitgezonderd, die door vuur, of water omkoomen, kan men over het algemeen zeggen, dat het Graf hst huis zy der faamenkomjie aller Lsevendigcn. Maar ten aanzien van den Staat, waar in zy naar de Ziele vallen, is 'er groot onderfcheid. Dit geeft de Prediker te kennen, als hy zegt, dat de vallende boom valt na het Zuiden, of na het Noorden, (AA) Wat hebben wy hier door het Zuiden en het Noorden te verftaan? ÖO Gelyk deeze twee Gewesten tegen malkanderen overftaan door hunne ligging, zo ook door hunne hoedanigheeden. In het Zuiden fchynt de Zon op het hoogst en in haar grootfte kragt; des genieten de Landen onder die luchtftreek langer licht, meerder warmte, en ook meerdere vruchtbaarheid. Daarom zeide de Heiland tot de Jooden: Wanneer gy den Zuidenwind ziet tuaaijen, zegt gy: Daar zal hitte zyn, en het gefchitdt, Luk. XII: 55; en Elihu tot Job, C. XXXVII: 17, dat de kleederen warm worden, wanneer Godt de aarde jtille maakt uit het Zuiden, In 't Noorden is, in tegendeel, het licht en ook de kragt der Zonne minder, de nachten zyn 'er langer, de grond is 'er meer onvruchtbaar, het is 'er bar en koud, en dit maakt het voor de Bewoonders onaangenaam. Daarom zegt Elihu ook ter laatstgemelde plaatfe, vs. 0 , dat van de Vcrjlrooijende winden, men verlïaa 'er de Noordenwinden door, de Koude komt. (b) Des zal men hier door den Val na het Zuiden mogen verftaan, eenen Val ten goede, en door den Val na het Noerden, eenen Val ten quaade. En dat zo veel te meer, om dat een Mensch, met zyn aangezigt gefteld na de opgaande Zon, het Oosten, het Zuiden heeft aan zyne •Rechter-■> en het Noorden aan zyne S/ik*

VALLEN.

kerhand: De Rechterhandm duidt iets goeds ^ maar de ^linkerhand iets quaads aan. De Rechtvaerdigcn, die ter beèïvinge van het Koningryk zullen opgeroepen v/orden , zullen in den Jongften aller dagen gefchaard worden aan Jefus Rechter-, maar de Godtloozen , die ter Helle zullen gedoemd worden, aan Jefus Slinkerhand, Matth. XXV: 33, 34, 41. Naardien 'er nu voor den zinnebeeldigen Boom, als hy valt, voor den Mensch, als hy fterft, maar twee uiterftens zyn, zo zal het Zuiden zeer gevoeg lyk aanduiden de Heemelfcèe gelukzaligheid, en het Noorden de Helfche rampzaligheid. Want (aa) gelyk het licht, de warmte, de vruchtbaarheid, het den Bewoonderen van het Zuiden zeer aangenaam maakt; zo is het ook in den Heemel. Die daar zyn, genieten het eeuwig licht, de heerlykheid Godts zal ze ver lichten; geftoofd door Godts Vaderlyken Liefdegloed, zal eeuwige blydfchap op bunne hoofden zyn; en fteeds gevoed met de leevendigmaakende vruchten van den Boom des leevens, die in 'f midden van het Paradys Godts is, genieten zy verzadiging van vreugde voor Godts aangezigt. (bb) Gelyk het in het Noorden donker, koud en bar is, zo is het ook in de Helle, de Strafplaatfe der Verdoemden. Daar gloeijen wel de toorngloeden des Almagtigen ; maar flegts tot verwekkinge van duldelooze pyn, inmiddels de Ziel, door het gemis van Gods Liefdevuur, van koude als verftyft. Daar is het zo dor en bar, dat 'er zelfs geen drupken waters tot verkoelingcdertongetebekoomen is. Daar heerscht een zwaare en zwarte duisternis, een eeuwige Nacht van wanhoop en rampzaligheid. Daaromme leest men ook van eene buitenjU duister nisfe, daar weeninge is en knersftnge der tanden, Matth. VIII: 12. XXII: 13. (BB) Na -eene van deeze twee zyden, in eenen van deeze twee ftaaten (want 'er is geen derde) vult de zinnebeeldige Boom, als hy valt. 't Kan ook niet anders zyn. De Boom valt doorgaans naar die zyde, daar zyne takken 't zwaarst overweegen: Zo ook de Mensch in zyn fterven derwaarts, waar heen zyne begeerten, en daar op gevolgde bedryven 't meest hebben overgeheld. Heeft hy gezocht de dingen die boven iyn, is het zyn met Christus, het hebben Van Godt tot zyn eeuwig deel zyne heerfchende begeerte geweest, dan zal zyn Val oek zyn na het Zuiden der Gelukzaligheid, daar Godt cn Christus zich voor eeuwig

aan

Sluiten