Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ' )

DECLAR ATOIR door Mr. Augüstinits

Hendrik Duyvensz, ter Vergadering van Heeren Burgemeefteren en Vroedfchappen der Stad JEnkhuizen , den ió /uly 1782. gedaan en ingebragt, met betrekking tot de Refolutien, door de meerderheid van dezelve Vroedfchapden 27'May en 7Juny 1782.genoomen, en door den druk gemeen gemaakt, tegen deszelvsPropofitie en Memorie van Juftifkatie den 22 May aldaar ter deliberatie overgelevert. :

EDELE GROOT-ACHT BA ARE HEEREN,

Dt^^^/yTJi^ °niVang^ hebbende twee RefoIatie^ door een. m groote meerderheid der Leden van deeze Vergadering, waarby zich naderhand de abfenten, volgens het in druk uytgegeven affchrift, fchynen ?evoegt te hebben , op den ÏÏ May en 7de Juny laatftleden fucceffivelyk genomen, met opzicht tot zyne Propofitie en Memorie van Jufhficatie, den asften May ter dezer Vergadering ingelevert, heeft uyt dezel-

V AdluanddvvyZ! van, den Heer VAN Stralen, by de meerderheid van U Wel Ed Gr.Achtb., tegen de redenen, door den ondergetekenden by zyne Memorie aangehaalt, (welke Memorie nochthansby die twee Refolutien, zonder wederlegging der ar*u-

STS Tr rV3t' Fr'"1 fchJnt SefeP°neert te zy0 volkomen is geapp&robeert; met dat effeft, dat de conclufie van des ondergetekendens Propofitie is gewezen van de hand,

deftnfie1LTn^erheidWeI,heeft^en °? zkh nemen het patrocinium der laake en de defenlie aes perfoons van haaren Voorzitter

atta^hemelt^ om> ondervindende het

attachement van zo veele Leden voor zynen Aggrefleur, en derzelver onderlinge vereeniging tegen hem zeiven, byprovifie, de verdere pourfuites dezer zaak, ten opzichte van de meerderheid te ftaaken, naardien de Souverain, zoo veel mogelyk, zich altyd tracht te onthouden van het domefticque der Stedelyke beftieringen, en de Juftitie zich niet kan inlasten omtrent de Politie, voor zoo verre de zaaken tot het beleid van Regeerings Vergaderingen betrekkelyk zyn ; zo dat hem niets overblyft, dan zyne defenfie by het Publicq en zodanige perfoneele aéhen te mftitueeren , als hy zich reeds te vooren heeft gereferveert

Hy declareert nochthansteperfifteeren by de fentimenten door hem gemanifefteert "met verzekering, dat hy geenzints door de pofitiven van de Refolutien, fucceffivelyk tegen hem eenomen, van de ongegrondheid dier fentimenten is geconvinceert; nemaar in 't tegendeel in een volgend geval en m dezelvde omftandigheeden, op dezelvde wyze zou moeten handelen: terwyl ny gemeent heeft eerft zyne confcientie te moeten kwyten, met voor het belang van het lieve Vaderland, zo als hem voorkwam, te fpreken, zich by de braave Burgerye te verantwoorden, over hetgeen hy, als haar Reprafentant, verplicht was te doen, en eindelyk zyne eigene Eer en gehouden gedrag te defendeeren tegen de verregaande aantygingen van een verltoord amptgenoot. Waarmede hy dan voor het*egenwoordige hebbende gedefungeert, ten blyke dat hy, van zyne zyde, alles wil toebrengen, wat, behoudens zyne eer en plicht, ftrekken kan ter bevordering van dezonoodzakelyke harmonie onder de Regen ten, ter confervatie van de ruit onder de goede Burgerye, en het vertrouwen, dat de Regeering bv haar moet trachten te winnen of te behouden, zich tegen over U Wel Ed. Gr, Achtb., als een Corps van Regeering geconfidereert, ter dezer zaake, niet verder denkt uit te Iaaten

1 en einde nochthans het Publicq of de meerderheid van U Wel Ed. Gr Achtb. uyt deeze ueclaratie,niet zouden denken, dat hy, inde, door U Wel Ed. Groot Achtb. genomene neiolutien, eenvoudig beruft, of het geene daarin vervat ftaat avoueert, zv 't hem gepermitteert deze en geene remarques op dezelve voortebrengen.

Hy zal dan eerft in zyn voordeel arripieeren het Commisforiaal maken van de Refolutie van 1694, t welk voor hem, by't Publicq, eene groote fatisfaftie uytlevert, naardien, oaar door, niet alleen van het gepofeerde by de 9 Vroedfchappen op den 16 April word afgegaan, maar dat daar uyt ook duydelyk is afteneemen,dat veele Leden, omtrent die Re. 10'utie , nu met den ondergetekenden ftaan in een fentiment, en oordeelen, dat dezelve de Jroitemeit met moet verbinden ;fchoon die Leden evenwel te gelyk begeeren, dat zv teeen «e, ondergetekenden en den Heer Ebbenhout, in dit geval, werken moet. 6

A De

Sluiten