is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T 1 E L L E Na

feeid in dit ftuk verder uit te breiden, en ] op zeekere daar toe dienftige Hulpmidde- i len bedacht te zyn. Zou een Herder wee- . ten, of zyn eigendom vermeerderde of ver- . minderde, hy moest 'er zich toe oeffenen, < dat hy het getal zyner Kudde konde nagaan: i Maar van welke Hulpmiddelen men zich het allereerst heeft bediend , om de getallen te bepaalen en te vermenigvuldigen, vindt men niet aangeteekend. Zeer waarfchynlyk is het' évenwei, dat de Menfchen zich het allereerst daar toe sullen bediend hebben van hunne vingeren, 't Geen dit vermoeden fferkfy is, dat genoegzaam by alle Volken de"eenvouwdige Telling voortgaat tot Tien, en da* zelfde getal ook wederom de bepaaEng maakt in dc vermenigvuldigde en verdubbelde Telling: Twee Tientallen maaken TWintie—. Tien Tientallen Honderd» Tien Honderdtallen maaken Duizend. Maar wanneer de Tientallen door op te vinger te tellet* en telkens weer van vooren af te besrirftien, zich te zeer Vermenigvuldigden en '?er dan dikwils nog enkele getallen overfchooten, die geen Tiental konden uitmaaken, heeft men op andere middelen, tot behulp van 't geheugen, moeten bedacht zyn: En daar toe booden zich van zelve aan de Keifteenkens, die overal te vinden waren : Zo' dat men grootere en kleinere, of zwarte en witte &c. zal gebruikt hebben ; geenen om de Tientallen, en deezen om de enkele getallen aan te duiden, 't Geen deeze gedachte waarfchynlyk maakt, is, dat als nog. by verfcheide wilde Natiën, zo in het Oosten', als in het Westen,deeze wyze van tellen in gebruik is ; en dat in verfcheidene Taaien het woord, 't welk Tellen beteekent, ontleend is van een woord, 't welk een fleenksn beteekent, gelyk het calculare der Latynen van Calculüs, en het $wi£w der Grieken van ^wpof. Wanneer dan Tinto , Strabo en andere Oude Schryvers de Hitvinding van het Tellen toefchryven aan de Egyptenaars ,- en Pbeniciërs , daar men de Chaldéën of Babyloniers wel mag byvoegen, zo is dat te verftaan van het kunfiïg tellen , t welk wy Reekenkuncle noemen want die was volftrekt noodzaaklyk aan' Volken, die zich op de Sterrekunde, Landmeetkunde en Koophandel toeleiden. Waarom' men qok gezien heeft, dat Volken y die zich daar mede niet bemoeiden, in de Telkunde weinig vordering, hebben gemaakr. Zo doet Plat? eenen Sophist van dé Lacedemnièi ss, die zich met die Weetenfchap-

TELLEN. 87

)en niet ophielden, zeggen ,- dat zy naautvyks konden tellen. En Strabo zegt van de dlbanièrs, dat zy niet konden tellen boven honderd, en hy geeft 'er voor reede van , lat zy geen Koophandel dreeven. By de intdekking van de nieuwe Waereld vondt nen die van Peru en Mexico vry wel ervaren in de Tel- of Rtekenkunde, omdat zy ;en gereegelden ftaat en regeering hadden; Maar andere Amerikaanfche Volken waren jaar in zo onkundig , dat zy een groote hoeveelheid niet wisten aan te duiden dan door een hand vol van hun haair te neemen of daar door te wyzen op een hoop zand.Mag men de la Condamine gelooven , dan zouden de Tamêöfen , een Volk in ZuidAmerika, in hunne Taal geen woord hebben , om een grooter getal dan van Drie uit te drukken, en daar toe hebben zy nog. een woord noodig van negen Lettergreepen * Poëttarrarorincouroas. Zie P Origine des Loix, des Arts & des Scienc. Tom; I. Edit. de la Haye , L. IIL Chap. H. Art. I. de F At'ithmdtiqye , p. 434-448. Wanneer' nu in den Bybel wordt gefprooken van1 Tellen , dan zegt het doorgaans het opneemen van gelykfoortige dingen, Menfchen, Beeften, Geldftukken &c. en het bepaalen' van derzelver getal. Maar naardien daar toe groote oplettendheid noodig is ,- (3^ zegt Tellen ook wel iets naaukeurig gadeflaan. Zyne dagen tellen, zegt, veel te denken aan zyne verganglykheid, en het vlug voorbyfbellen van den tyd, Pf. XC: ia. , Het" naauwkeurige' van Godts opzigt over de Menfchen * over hun bedryf en wedervaaren, wordt kragtig uitgedrukt op deeze' wyze:: Dat Hy hunne treden telt,- Job -XIV? 16. en XXXI: 4. Dat Hy hun omzwerven telt , Pf. LVI: 9; Dat de haairen onzen hoofds geteld zyn, Matth. X: 30. &C

TELLEN (van hei) des Volks, op bevél1 van David, en uit hoe een zondig begin-; fel dat in hem voortgekoomen zy, 2 Sam. XXIV: 2 , is reeds gehandeld in des IV. D, 2. St. p. 619Ï En

TELLEN (van het) der dagen, Pf. XC: 4. in des II.- D. r St. pi 133,-

TELLENl Uwe haairen des hoofds zyn' alle geteld f> Matth. X:: 30. Wanneer de' Hebreen iemand willen verzeekeren dathem' nier het geringfte Leed' zal wedervaaren , drukken zy zich met een bekend fpreekwoord dus kragtig uit dat geen haair van' zyn' hoofd zal' ter aarde vallen , i Samv XIV: 45,, ai-Sam. X-IVr 11 , 1 Kon. I: 50^

Hand»-