is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45i UITBREIDEN,

zy, tot ftraffe van hun ongeloof en ver- 1 ftokte boosheid, van Godts gemeenfcnap en i uit de bezittinge van hun Land verbannen \ en onder de Volken zyn verftrooid gewor- : den. En dus zou de naam van Kanaan hier j niet eigenlyk te neemen zyn, maar onei- i genlyk en als een fchirnpnaam; Om dat zy < eeuwen agter een Bezitters zyn geweest van dat Land, 't welk voorheen door de Kanaaniten is bewoond geweeft; als mede, om dat zy door hun grouwelyk wangedrag zich aan die Volken hadden gelyk gemaakt, gelyk , om. d*e reeden van gelykvormigheid, Jeruzalem en deszelfs Hoofden genoemd worden Over f en van Sodom, en een Volk van G-morra. Jef. fclO. ,fMen zie Lampe Genadeverb. D. II. C. XVII. Fr. Fértcius Theol. Noach. Disfert. HL §. XXXII-- Pv ma—. Witfius Miscell. S. T. 1. L. I. ^. XVI. §. XIV. p. 16& En breeder denzelven over de Bedeelinge des Verbonds, B. IV. G. XII. §. XIII— V. 583. Hoe wel het vloeije, dat men de eerfte woorden: Godt hkke Japhet, en hy woone in Sems Teute, op de laatstgemclde wyzs verklaare, ftrookt evenwel de verklaaringe der laatfte woorden, noch de eigenlyke , noch de enetgenhhe zo wel niet. (A) Niet de Eerfte: Wat frtrekkinge hebben Oorlog- en Heerschzu<nige Overwinningen, door G'tcken en Romeinen, nog Heidenen zynde, behaald op andere Heidenen, op eene Belofte , welke men Euangelhcb wil verftaan hebben ? fB) Niet de Tweede: Wat waarfchynlykheid is 'er,- dat Vader Noach, in eenen adem voort propheteerde, na dat hy den naam Kanadn in 't a5. en 26. f. eigenlyk gebruikt hadde, denzelven nu op t laatst eneigenlyk zou gebruikt hebben? (3) is een ander gevoelen't welk van den gemeenen weg wat verder afwykt, en door eenen Geleerden van den eerften rang,m onzen tyd is voorgedraagen. Op £e..erSwoorden vertaalt hy met de Onzen \ Godt breide Japhet uit, Godt geeve hem m zyne Nakoomelingen wyd en zyd uit te preeken ,, wyd uitgeftrekte Landen te bezitten.Dit zou het eenigfte zyn, 't welk Noach van Japhet gezegd heeft, en dat flegts als in 't voorbygaan, om hem noa iets toe te wyzen van den zeegen der Eerstgeboorte, waar op hy, ouder zynde dan Sem, de Lste aanfpraak fcheen te hebbetu doch K het minfte, het Andfche deel 'er vanra] Doch de volgende woorden brengt hy weêr te; hufe ©F Smr en wil dSzelw awge-

UITBREIDEN.

nerkt hebben als eene nadere uitbreiding^ :n bevestiginge van 't geene van Sem reeds ezegd was. Volgens hem moet het voor'etfel (1) hier niet genoomen worden als; aetmenvoegende , ende; maar by wyze van egenoverftellinge, gelyk meermaals, zo als loor Noldius, Glasfius en anderen is aangeweezen , als of 'er ftond : Godt breide Jat>het uit, zyn Nageflagt hebbe vry yeel uitaeftrekter bezittingen: Maar of doch Qdit blyve evenwel het groot en onderfcheidend voorrecht van Semy Hy ivoone in Sems Tenten, en Kanaan zy hem een Knegt. {eexy Dus zal die Hy, die in Sems Tenten woonen zou, niet Japbet zyn, zo ais het doorgaans^ wordt verftaan: Maar Godt; die Godt, die Japhet zou uitbreiden, en yan' welker\ % q.6. gezegd was:- Gezeegend zy de iillKE, de Godt van Sem, en die daar door verklaard was de Verbonds Godt van Sem te zullen worden, die de Semiten zeegenen, en wederom van hun gezeegend, geloofd' en gediend zou worden. Als SemsGodt zou hy ook in Sems' tenten woo-nen.. Godt is- een oneindige Geest'; My' woont niet in Tempelen , die met hadden zyn gemaakt', de Heemelen , de Heemel der Heemelen, zullen Hem'niet kum nen begrypen: De Heemel is zyn Throon,, en de Aarde de Voetbank zyner voeten.* Nochtans-wordt Godt gezegd ergens te woonen , zynen naame eene gedachtenis ot wooninge gefticht te hebben, daar Hy z ch op> eene byzondere wyze naby vertoont, en op* eene ftaatelyke wyze gediend wordt. Op die wyze zou Hy woonen in Sems tenten.In de Tenten der Patriarchen, die van* Sem inde Heilige Linie door Heber zoudem afdaalen,. Abraham, haak en Jakob,- die: in Tenten gewoond hebben, in en by welke Tenten Godt als met hun woonde, hum meermaals verfcheen en met zyne aanfpraaken vereerde,, gelyk zy ook daar hun AL taaren HeiligePlaatfen hadden, waar op zy' Hem offerden, en waar by zy zynen Naarm aanriepen.- Vervolgens zou Hy ook opeenev meer luisterryke wyze onder de Afftammelingen van' die Patriarchen-,-, en dus ook: van Sem, de Israëliten; woonen,. onderhen,, als hun Godt en groote Koning,- zyn vuur en oven hebben , een' Heiligdom ter^ woo-ninge- voor dien' Allerhoogffen;. daar; in de: Verbonds-Arke' tor eenen: Throon- der heerlykheid',en' boven- dezelve,,tusfehen de; Vleugels der Cherubynen zitten in hef zigtbaar' teelte» zyner Majjefïueüfè' nabyluadEerst-