Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52S UÏTNEEMENDHEID.

heeft daïr toe «wrlfe» moeten gebruiken ; 1 woo den van gezond verftand, die welté « faamen hingen; woorden van kragt, die beantwoordden aan den voortreftlyten inhoud van dat getuigenis, en die gelcniRt waren om te overreeden, om zich zei ven en zvne Leer, door openbaaringe der waarheid ,1 veraangenaamen by alle Km eten- . tien der Menfchen, in de tegenwoordigheid , Godts. Welke is dan die uttneemendheid van woorden ofte van wysheid, waar van hy zfch niet bediend had? Dat hy zelfs het beantwoorde: Het zyn de beweeglyhe woordender menfchelyke kVysJ,eid;de Wysh id deezer Waereld, f. 4, 6. De Wysheid, die de Grieken zochten, C. I. aa. Men denke om de welfpreekenheid der GriekfcheReedenaaren , en de inrichting hunner •Reedenvoeringen:Wysgeerige denkbeelden, v-rheevene gedachten, uitgekipte en hoogkHnkende woorden, fchitterende bloempjes, airtje leenfpreuken en gelykenisfen, aan: doenlvke beweegreedenen van menigerlei foor : En dat alles, meer met het oogmerk om verwondering te wekken, de verbeelding; en hartstogten aan te doen, dan wel om het verftand te verlichten-. Van zulke woorden en van zo eene w^W, waai in men eene zo groote ^emendh^ftelde had hy zich met bediend. (A) Wiet, om dat het hem ontbrak aan bequaamheid. f AA) Het ontbrak hem aan geen kragt van zeggen. Hoe groot moet die geweest 7vn toen hy te Lystren het Euangelie verkondigde: De Heidenen raakten'er door in het denkbeeld, dathy Merkurtusms, die bv hen de Godt der Welfpreekenheid was, Hnnd XIV: ia. Zyne Reedenvoering voor ' Koning Agrippa is een Meeste'ftuk der Welfpreekenheid, Hand. XXVI: a-a/. Men befchouwe Paulus flegts als een Wnereldfche Reedenaar, en dan zou de Demollhenes der Grieken, de Cicero der Romeinen zxch zo eener Reedenvoennge met hebben behoeven te fchaamen. (BB) Lven weinig ontbrak het hem aan Wysheid en Geleerdheid, Die met de Epikureefche en ■Stoifche Philofophen dorst reedentwisten, Hand XVII: iS, moet geen Leek geweest zvn Men befchouwe zyne Reedenvoeringe voor het Areöpagitisch Gerechtshof te

UÏTNEEMENDHEID;

Ithene, en men zie, met ; hoe veel wysheid ïy ontlegt de befchuldiging, die daar zo evaarlyk was, dathy een Verkondiger was fan vreemde Goden, Hand.XVil aa-31. vïen weet, hoe veele jaaren hy gezeeten lad aan de voeten van den zo vermaarden oodfehen Hoogleeraar Gamaliël. Uit zyne brieven zou men kunnen toonen, hoe uitbreid zyne kundigheeden waren , niet a een in de Oudheeden der Jooden,maarook n de Oudheeden, Gebruiken en Schriften Jer Heidenen. Had hy dan gebruik wijen naaken van zyne Welfpreekenheid, Wysheid l Geleerdheid, ligtelyk had hy, fchoon net gefchoeid op den leest der Grieken, Je voornaamfte Reedenaars en Wysgeeren e Korinthe geëvenaard, zo met overtroffen CB) Maar dat ftrookte niet met zyn oogmerk. Hy was te Korinthe met gekoomen, om verwondering te verwekken, om roem te behaalen, en zich te doen toejuichen: Maar om te verkondigen het getuigenisfe Godts. Dat was zyne Beftemminge; en daarom had hy zich zorgvuldig onthouden van alles, wat maar eenigzins zweemde naar de uitneemendheid van beweeglyke woorden en waereldfchewysheid. (£)Want, dit is de bondige reede, die hy er van geeft, ik hebbe niet voor genoomen iet te weeten onder u dan Jefus Christus, en dien gckruifigd. (<**) Men befchouwe eerst de woorden op zich zeiven. En daar in dan de zaak, of fttffe, welke de Apostel alleen en met uitfluitinge van andere zaaken, had willen weeten onder en voordraagen aan de Korinthiërs. (AA) Dat was Jefus Christus , en dien gekruifigd. (a) Schoon defpringader zyner wysheid'had kunnen zyn als een uitflortende beeke, om den Kor int heren bekend te maaken veele heerlyke dingen van allerlei raad en weetenfehap; nochthans had zyn weeten,en demededeeling van zyn weeten, (want weeten zegt hier zo veel als verkondigen, prediken , zo als te zien is uity. i.enC.I; a3.) zich flegts tot één ftuk bepaald. (aa) Tot den Perfoon van Jefus Christus. («) Tot dien Jefus,die de in het vleefch geopenbaarde Godt was; die, als Mensch, gebooren was uit de Maagd Maria, en, op herhaald bevel van zynen Heemelfchen Vader, Jefus was genoemd geworden,om dat die zyn Volk zou zalig maaken van deszelfs zonden. Door dien Jefus had hy hun verkondigd vergeevinge van zonden , aangezien zyn naam de eenige naam was, die onder den heemel onder de Menfchen gegeeven was, door welken zy moeten zalig worden; en datdns^

Sluiten