Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VALLEN.

VALLEN. 37

„ worde: 't zal by Godt evenwel voor een „ Almoes gereekend worden, al wiei-d het „ aan Verquisters en verkeerde Ondervver„ pen befteed." Cartwright in Ecchfiajl. verklaart deeze woorden ook op die wyze ; en J, Smith over den Predik. D. II. p. 511. geeft aan deeze Verklaaring ook den voorrang. Dan men kan daar tegen het een en ander aanmerken. Cüii) Om aanleiding te vinden tot deeze Verklaaring, moet men eene Bedenklykheid vooronderftellen, waar toe geen noodzaake is, en waar toe zich ook geen blyk voordoet: Naamelyk, dat men zyne Almoefen veeltyds wel zou inhouden uit vreeze,ze mogten aan Luiaarts, Slempers, Doorbrengers qualyk befteed zyn, en door die flegts ten onwaerdigften misbruikt worden. (33) En ware het al eens noodig geweest, zo eene bedenklykheid te vooronderftellen en uit den weg te ruimen, daar hadde geen nieuwe Gelykenisfe toe behoeven gebruikt te worden. De eerfte van de Wolken had flegts een weinig nader behoeven uitgebreid te worden. De Prediker zou zynen Leezer flegts hebben kunnen te binnen brengen, dat de Wolken niet ophouden van plasreegens uit te gieten op de aarde in 't gemeen, al is het, dat een groot gedeelte daar van valle, zo wel op de heide in de Wildernis fe, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt, op eene dorre aarde, die den reegen menigmaal indrinkt, en nochtans niet dan doortien en distelen voortbrengt, als op goede en vruchtbaare beemden en akkers, die voortbrengen gras voor de Beesten, en kruid en brood voor de Menfchen. Dit zou genoeg zyn geweest om die bedenklykheid uit den weg te ruimen, en te Ieeren, dat men in 't goed doen niet moete'vertraagen, al dat het by fomm'gen geen nut doet; maar dat men behoore te volgen het voorbeeld der Wulken, of veel meer van Godt, die de Wolken gebiedt, dat ze reegenen, zowel over de ourcehtvaerdigen, ah over de rechtvaerdigen, Matth. V: 45. Cjjj) Men voege 'er nog by, dat, zo de Prediker zich die bedenklykheid hebbe voorgefteld, men de opruiminge derzelve alzo gevoeglyk zal kunnen vinden in 't 4de vs. (3) Ik voor my zou dan alzo lief overhellen tot de andere Verklaaringe, volgens welke de Boom de Mensch is, welke ook de byna algemeene Verklaaringe is der Ouden, als mede van onze Geleerde Randfchryvers. Laat ons eerst de woorden op

zich zeiven verklaaren; en dan zien, hoe ze hier te pasfe koomen. (KiO De woorden op zich zeiven behelzen deeze gewichtige waarheid: De mensch moet eenmaal fterven: Geftorven zynde, is 'er voor hem geen verzinninge, noch weetenfehap meer tot verandering van zynen ftaat; in dien ftaat, waar in hy fterft, die zy dan zalig of rampzalig, moet hy blyven. («) Befchouwen wy dan eerst den Boom in zynen Val, zo als hy valt; '/ zy na 't Zuiden, 'i zy na 't Noorden. (««) 't Is niet noodig , hier in 't breede aan te wyzen, Waar in de Boomen een eigenaartig zinnebeeld zyn van Menfchen. Dat die, gelyk de Boomen, ten aanzien van hun ftoflyk deel, hunnen oorfprong hebben uit de aarde; dat die gevoed worden van de aarde, gelyk de Boomen hun fap tot groei en wasdom trekken uit de aarde. Want het profyt des aardryks is voor allen, en de Koning wordt zo wel als de Bedelaar van 't veld gediend, gelyk de hooggekruindeCc<&r««,zowel als de laage Myrthen uit de aarde hun voedfel ontvangen; dat, gelyk 'er vrucht- en onvruchtbaare, hooge en laage boomen zyn, 'er zo ook menfchen zyn van onderfcheidene geiiartheid, en onderfcheidene rangen. Dien het lust, kan dit breeder uitbreiden, en 'er van foortgelyke overeenkomften nog meer by doen. 't Zy ons genoeg : De Boom beteekent hier den Mensch. (,6/3) Zo is het ook met de Menfchen. 't Komt 'er hier meer op aan, dat men deezen Boom befchouwe in zynen val. (A) Kortelyk in 't algemeen : PLyvalt. (AA) De eene, terwyl hy nog groen en fappig was, wordt door den blikfem aan fpaanders geflaagen, door ftormwind van zyne wortelen gerukt, of door de byl ter aarde gehouwen: De andere verdort en • fterft door een inwendig gebrek, door inkankering of wormen, die hem de wortels of het hart doorknaagen; of wel door ouderdom. Doch op welk eene wyze en om wat reede ook, 'er is geen Boom, hy ftsa dan lang of kort, of hy valt. (BB) Sommigen worden wechgerukt door een'geweldigen , of onvoorzienen en toevalligen dood ; anderen fterven van langzaamerhand door teering,of andere inwendigeongefteldheid ; anderen daalen ten grave, verzwakt door hoogen ouderdom. Deezen in de kragt hunner volkoomenheid, terwyl het merg hunner beenderen nog bevogtïgd was, en zy, naar den mensch gefprooken, de helft E 3 hun-

Sluiten