Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V E R B O N D.

$crs', waar tegen zy hunne nekken verhard* cn het zelfs erger gemaakt hadden dan hun tic Vaders, Jerem. VII: 25, 26. Zo da dan hunne Verbondfchennis eene zond« was geweest, niet van onwectenclheid, ol onbedachtzaamheid; maar, gelyk dje van Adam, van moedwil en roekeloosheid, en daarom in 't geheel onverfchoonbaar, en ten hoogften ftrafwaerdig. Dit is de natuurlyke zin van deeze woorden, zo als ze in de Overzettinge der Onzen voorkoomen. (3) Doch allen hebben deeze woorden niet overgezet op deeze zelfde wyze. Vooral , nadat men begonnen heeft het zo geraamd ÏVerk-verbond tusfchen Godt en den rechten Adam in twyfFeJ te trekken, of te beftryden, heeft men getracht door eene andere Vertaalinge, op meer dan eenerlei - wyze, het bewys te ontzenuwen, 't welk men uit deeze woorden voor het Werkverbond ontleende. OtftO Sommigen hebben het gezocht in het woord [y-]^ Verbond,

*t welk odIc dikwils voorkomt in de beteekenis van een Gebod, en dus ook hier zou kunnen vertaald worden: Zy hebben het GEBOD overtreeden als Adam. Dat dat : woord meermaals in die beteekenisfe voorkoome, en zo zoude kunnen vertaald worden, is buiten gefchil: Maar eene andere vraage is: Of het hier zo moete, en zelfs maar, of het hier zo moge vertaald worden? Dat zal men bezwaarlyk kunnen bewyzen. Deeze Overtreedinge wordt in het ade lid van dit vs. omfchreeven als een handel van trouwloosheid. Het enkel noemen van dit woord boezemt ons terftond een denkbeeld in , niet zo zeer van ongehoorzaamheid, welke men pleegt tegen een Gebod; als wel van het fchenden van de goede trouwe, in het afwyken van en rechtftrceks handelen tegen zyn gegeeven woord, cn dat heeft eigenlyk plaats in een Ver\ bond, 't welk op wederzydfche belofte f fteunt. Zo wordt het Overfpel aangemerkt i als een handel van trouwloosheid, om dat c tnen daar door zondigt tegen het Huwelyks1 Verbond. Merken wy nu aan, dat Afgodery de Hoofdzonde was van Ephraïm, of \ Israël, en Juda. Voorts dat Afgodery in . I hun een zonde was van Geestelyk Overfpel, • s waarom Israël omfchreeven wordt als een '. I afgekeerde Israël, én Juda als een trouw< I loozc Juda, die, door het nawandelen van . 1 vreemde Goden, trouwlooslyk hadden ge.fjandeld tegen Godt, gelyk een Vrouwe , die ;:v, nich trouwlooslyk fcheidt van haaren Vriend*

V E & B O N D. ' a4j

, jercra. 111: 6, 8, 20. Zo kunnen wy niet ■ twyflelen, of Godt hebbe die zonde mede : ln, c,.noS gehad, toen Hy zeide in het : 2de lid van ons vs. Daar hebben zy trouw loeslyk tegen my gehandeld. En dat nog zo veel te minder, daar dit Volk in het i. II. en III. Hoofdftuk zo duidelyk voorgefteld was onder de teekeninge van eene üoer eer ende Vrouwe. Dit zo zynde, zal het woord 'fpi3 te vertaa'en zyn, niet door Gebod, maar door Verbond, om dat hunne overtreedinge niet zo zeer was eene cvertrceelinge tegen een Gebod door ongehoorzaamheid, of wederfpannsgheid, %\t wel eene overtreedinge tegen een Verbond door trouwloosheid. (33) Anderen hebben het gezocht in het woord rj*1K ^dam. Doch niet allen öp de zelfde w'yze. («) Eenigen willen dit woord niet hebben opgevat als den eigen naam van den eersten Mensch; maar in 't algemeen,zo als dit woord meermaals maar eenvouwdig eenen Mensch beteekent, en dan vertaaien zy onze woorden: Zy hebben het verbonden overtreeden, als de Mensch, of als Menfchen; of volgens anderen: Zy hebben het Verbond overtreeden, els eens Menfchen (Verbond) Ziet hier met welke reedenen Profesfor J. van den Honert beide deeze opvattingen te keer gaat. («*) Aangaande de eerste zegt hy, dat die niets met allen zeggen: „ Want de Overtreeders waren Menfchen*. cn konden daarom niet anders overtreeden, dan als Menfchen. Ook zal 'er dan niets byzonders in deeze befchryvinge zyn: Maar het zal ten hoogften eene gemeene befchryving zyn van alle Menfchelyke overtreedingen. En dit zal ftryden tegen den aart en het oogmerk deezer plaatie, in welke eene byzondere overtrceding van Israël met de byzondere overtreedinge van iemand anders wordt vergeleeken. Ook moet deeze vergelyking dienen, of tot verzwaaring, of tot verligting van deeze Overtreeding. Tot verzwaaring kan zy, naar het gevoelen deezer Uideggeren , niet dienen: Want dat Menfchen overtreeden als Menfchen, is zeer gemeen en naruurlyk. En tot verligting moet zy, naar de leiding van het reedenverband, geenszins dienen, om dat de HEERE hier beezig is, om Israëls zonde ten toppe te vyzelen, 't welk niet kan gefchieden, wanneer men de woorden vertolkt: Zy hebben overtreeden als Menfchen; maar wel, wanneer men ze vertolkt: Zy hebben overtreeden als Adam: Om dat hunHh a * ne

Sluiten