is toegevoegd aan je favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERDUISTERa

^, die zo wyd van den tyd der jeugd ver„ fchillen, als de zwartfte duisternis van „ het heugtykfte licht. Eer de Zon on„ dergaat van uw geluk en voorfpoed ,uit,, of inwendig. Eer het Licht u verlaat „ van troost, blydfchap, vergenoegen,

fchranderheid en doorzigt in zaaken. ,, Eer de Maan cn Sterren, of zulke „ middelen, die voorheen in de zwaarfte „ nachten van zwaarigheeden, nog ge-

noegzaam licht overlieten, qm u te red„ den, en uw werk te verrichten, geheel

zullen verduisterd zyn, en de Heemel s, eertyds helder, thans rontom uwe woo-

ning met zwarte Wolken van dreigende „ onheilen .zal betrokken zyn: Ja, eer „ Plasreegenen van de zwaarfte rampen op „ uw huis aanvallen, en de een op de an-

der zonder tusfchenpoofen volgt, zo dat

'er na het uirftorten van zwaare rcegen„ vlaagen, telkens nieuwe en donkerer ,, welken wederkeeren. Gelyk de plas„ reegenen de leemen wanden der huizen „ affpoelen en doorweeken, en het dak „ doorlekken, dat, wanneer 'er geen hel,, dere lucht tusfchen komt, niet weêr tot „ eenige vastigheid kan koomen: Zo kunt ,, gy ligt begrypen, dat door alle de duis,, tere dagen van tegenfpoeden, en de „ zwaare plasreegenen van treffende Oor„ deelen, het leemen huis van uw lig„ chaam, dat gy bewoont, veel moet ly-

,, den " Deeze korte verklaaring

wordt door zyn Eerw. vervolgens nader uitgebreid, en met eenige reedenen bekleed. Men zou hier op mogen vraagen, indien de quaade dagen in 't rfte vs. beteekenen de Oude dagen, of Wanfpoeden zyn aan te merken als de gewoone quaaden en verzwakkingen van den Ouderdom? Daalen niet veele Ouden in goeden vreede in het graf; en zyn 'er niet anderen, die in hunne jeugd, of mannelyke jaaren moeten klaagen, dat hun maanden der ydelheid en nachten der moeite «yn voorbereid? (4) Anderen denken, dat Salomo, willende foefchryven de verzwakkingen van den Ouderdom, zo* wel naar de Ziel, als naar het Ligchaam, zyne befchryving begonnen hebbe van de Ziel, cn dat hy daar van onder gepaste Zinnebeelden fpreeke in ons vs. Men zie het geen wy daar van hebben gezegd onder den tytel MAAN, O3) (UK), in des V. D. a. St. p. 31. Zaaklyk koomen daar mede overeen zeekere J. M. in zyne Verhandelingen over

VERDUISTERD. 339

de Bybelfche Ziekten, p. tja, en Eenhoorn in zyn Christel. Ouderdom, D. I. p. 139 —-. En gelyk de Eerste de fpreekwyze: Mn de wolken wederkoomen na den reegen, verklaart van de zorgen en bekommeringen, die in den Ouderdom veelal de eene op de andere volgen. Dingen, daar men in de jongere jaaren luchtig over heen flappen konde, worden voor den GrysSart ber-

fen van Zwaarigheeden, en baaren hem hoefgeestigheid en Angstvalligheeden: Zo helt ook de laastgenoemde daar het meest toe over. De Hr. JE. Voet wil dit vs. ook verftaan hebben van het verval der Zielsvermogens , die in den Mensch, als in een kleine Waereld, het zelfde beftuur hebben, als de Heemel en Heemel-lichten hebben over de Aarde. Dus fchryft hy 'er van in eenen Brief an den Eerw. Schutte in de meergemelde Akademie der Gel. D, I» P- 507 • >» Gelyk wy door de heldere Zon allerlei voorwerpen ontdekken en onderfcheiden: Zo krygen wy, door een vlug, verftand,.vooral in onze jongheid, wanneer alle onze zins werktuigen fterk zyn, denkbeelden van allerlei zaaken,derzelver eigenfehappen en einden. En even gelyk door de Zon de verftrooide Lichtftoffen in lynen of ftraalen gefchikt worden, en daar door het vermogen ontvangen, om door onze oogen in te dringen: zo fchikt ons verftand de byzondere denkbeelden, welke ik meen door het licht bedoeld te zyn, in orde; en plaatst die dus, dat wy het gewicht en de waardy van elke zaak beproeven, beöordeelen, beminnen, of haaten. Maar wanneer de Zon onze Tegenvoeters verlicht, en wy, by gebrek van haar licht, met onze oogen geen nieuwe ontdekkingen doen zouden, wordt eenigzins dat gebrek by nacht vergoed door de Maan en Sterren: Even het welk ons geheugen doet, mitsgaders de inwendige zinnen, en de ingefchapene en verkreegene denkbeelden, als zo veele planeeten, vaste en mindere fterren, welke door haar licht en kragt, die zy van het verftand ontleenen, het gebrek vervullen van 't verftand, dat, om eenigerhande oorzaaken, niet zo leevendig, als wel op andere tyden, ons geen nieuwe zaaken aanleeren en ontdekken doet. Maar wat beijerd zou, zo wel deeze kleine, als de groote Waereld worden, wanneer deeze alle verduisterd wierden? Want gelyk de dikke dampen van allerlei foort oider malkanderen, door geen Vv a Zon-