Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

362 VERGEETEN.

vermits zo eene onvolkoomenheid, als het Vtrgecten in zich opiluit, in' den hoogstvolmaakten Godt onmooglyk vallen kan, niet anders dan op eene Gode betaamende wyze kan verftaan worden. Zo dat (Xtf) het Vergeeten in Godt zo veel zegge, als zich omtrent een Perfoon of zaak zo te gedraagen, als of Hy 'er niet meer aan dacht. (*) Dit zoude kunnen aangemerkt worden als een weldaad, wanneer Godt iemands Zonden vergeeft; dat is, hem niet doet naar zyne Zonden, hem niet vergeldt naar zyne ongerechtigheid. Althans zo wordt het by veelen opgenoomen, wanneer Zophar tot Job zeide: Weet, dat Gvdt voor u vergeet van uwe Ongerechtigheid, Job Xr: 6. „ Gy beklaagt u over uwe plaagen „ en elende: Leg liever de hand op den ,, mond; Weet en erken, dat Godt u in ,, verre na nog niet ftraft naar verdienften; dat Hy nog veel van uwe Onge,, rechtigheid als vergeet, voorby ziet, en „ in alles niet vergeldt naar uwe werken," (&) Doorgaans wordt het evenwel aangemerkt als een reede van beklag. Wanneer Godt zyn Volk een tyd lang overlaat aan zyner Vyanden moedwil, en het handhaven van deszelfs belangen zo fchielyk niet ter hand neemt, als 't wel wenschte, dan hoort men hetzelve klaagen: Godt heeft het vergeeten: Hy heeft zyn aangezigt verborgen. Hoe lange, HEERE, zult gy myns (leeds vergeeten? Heeft Godt vergeeten genadig te zyn? Pf. X: W. Xllha. LXXV1I: 10. Doch dat is een Vergeeten, 't welk wel haast wordt verwisfeld met de gezeegendfte blyken van Godts genadig aandenken, gelyk 'er ftaat: Voor een klein oogenblik hebbe ik u ver laaten; maar met groote ontfermingen zal ik u vergaderen, Jef. LIV: 7. Maar wanneer Godt het Vergeeten dreigt, dan is het aan te merken als een zwaare Jtraf. Zo vindt men het Hof. IV: 6. Dewyl gy de Wet uwes Godts vergeeten hebt, ze zal ik ook uwe Kinderen vergeeten. Als mede Jerem. XXIII; 39. Ziet! lk zal uwer ook gantfchelyk vergeeten, en u, mitsgaders de Stad, welke ik u tn uwen Vaderen gegeeven hebbe, van myn. aangezigte laaten vaaren, (33) Somwylen wordt ook van het niet vergeeten van Godt gefprooken, en dan duidt het aan, dat Hy op een duidelyk e wyze zal doen blyken, dat Hy aan zo een' Perfoon of zaak ernftig denkt. O) En dit komt voor als een groote Belofte. De HEERE uw

VERGEETEN.

Godt is een barmhartig Godt. ■—- Hy zal bet Verbond uiver Vaderen, dat Hy hun oezwooren heeft, niet vergeeten, Deut.IV: 31. En, waaneer de Kerk klaagde:. De HEERE heeft myner vergeeten. Zo was het voor haar een' allergrootfte Belofte^ die zy tot antwoord kreeg: Kan ook een Vrouwe haar es Zuigelings vergeeten, dat zy zich niet entfermc over den Zoen haares buiks ? Offchoon deeze vergate, zo zal ik doch uwer niet vergeeten, Jef. XL1V: 14, I5' 03) 't Komt in tegendeel ook voorals een zwaare Bedreiging. De HEERE heeft gezwooren by Jakobs heerlykheid: Zo ik alle hunne werken zal vergeeten in eeuwigheid! Am. VI11: 7.

VERGEETEN (Godt heeft my doen) al myne moeite, en het gantfche huis mynes Vaders, Genef. XLI: 51. Jofeph, nu uit het gevangenhuis verlost, en verheeven ten naasten aan de hand van Pharaö, getrouwd met Asnath, de dogter van Potiphera, den Overften van Qn, en gezeegend met de geboorte van eenen Zoon, noemde denzelven Manasfe, van 't Hebreeuwsch woord p^J-» Vergeeten., Tot reede van deeze naam gee vinge zeide hy Godt heeft my doen vergeeten --—. (•£) Is dit te verftaan van een eigenlyk gezegden geheel vergeeten? Dat zy verre! (Nfci) Wat mooglykheid, dat Jofeph, («) in dien zm, zyner moeite, zyner wederwaerdigb.eeden nu reeds zoude vergeeten hebben?; Misfehien waren aan zyne handen en voeten nog te ziendemerkteekenenderboeijen, waar mede die waren bekneld geweest in het gevangenhuis, waar uit hy nog niet heel lang geleeden, verlost was: De bitterheeden, hem aangedaan, waren ook te grievende geweest, dan dat hy die ooit zou hebben kunnen vergeeten, ten ware zyn geheugen hem in 't geheel begeeven hadde. (0) Wat mooglykheid ook, dat hy, in dien zin, zyns Vaders huis zou hebben kunnen vergeeten. (33) Zyne Godtvrugt was ook te groot, dan dat hy van zo een vergeeten zou hebben willen of durven zeggen : Godt beeft my doen vergeeten . Godt wil, dat men zyner voorige elende gedenke, op dat men zyne Verlosfinge te hooger verheffe en te dan* kelyker erkenne, en op dat inen andere Elendelingen een te meer medelydend hart toedraage. Daarom werd Israël zo dikwils bevoolen, zyner dienstbaarheid inligyptc te gedenken, Godt wil, dat men

Sluiten