is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4Sd VERKEN.

laaten gebruiken, wilde hy vai gebrek niet vergaan, Luk. XV: 15, 16. 't Is ook niet noodig, dat wy op dit ondericheii blyven ftaan, vermits ze beiden in hoedanigheden genoegzaam overeenkomen. (Ki?) Men fchryft het Verken een groote Domheid toe, en Onleerzaamheid. Hier op ziet het fpreekwoord der Latyntn, wanneer een Botterik eenen meer Ervaarenen wil onderrichten : Sus Mmervam, het Verken wil Minerva (de Godin der Wysheid) onderwazen. Een Verlens voorhoofd; dat is een kort, ruig en fteilhaarig voorhoofd, wordt by de Gelaatkenners gehouden voor een teeken van onleerzaamheid. Gelyk het Dom is,zo is het ook in zyn laven van geen nnt of dienst, gelyk de woldraagende Schaapen, demelkgeevende Koeijen, delastdraagende of trekkende Ezels of Paerden, ékc. 't Schynt alleen voorgebragt te zyn om tot fpyze te zyn na zynen dood, waarom van een Gierigaart niet onaartig wordt gezegd : dat hy, gelyk een Verken, eerst goed doet na zynen dood. Alleenlyk maakten de Egyptcnaars eenig gebruik van de Verkens in hunnen Landbouw, zo als Bochart Hie roz P. I. L. III. C. XXIX. p. m 982. heeft aangeteekend uit Allianus en Plutarchus, dat zy hun zaad geworpen hebbende in 't flyk, 't welk na de overftrooming van den Nyl op hunne Velden is agtergebleeven, de Verkent 'er in jaagen, die het 'er in trappen en wroeten, en dus voor het gevogelte verbergen. Ook is het een fchadehk dier voor "den Landman, door het omwroeten van zyn Koorn-akkers en Wyngaarden. Het is altoos met zyn fnuit in de aarde, en met zyne oogen op de aarde: Zelfs marken eenigen aan, dat de oogen van het Verken zo gefteld zyn, dat het nooit den Heemel konne zien, dan wanneer het op den rug ligt. Gulzigheid wordt 'er ook aan toegekend: Als het niet flaapt, doet het byna niet anders dan vreeten en zuipen. Alceus,een Grieksch Dichter, zegt 'er van, elat het tirwyl het den eenen ekel nog in den mond heeft reeds gilt om den anderen. Morftgheid is vooral een eigenfchap aan het Verken: 't S'aat niet alleen alle vuiligheeden gretig binnen, maar fchynt ook in modder en flyk te leeven, en geen grooter vermaak te hebben, dan wanneer het z'ch daarin moge wentelen. Lucretius L. VI. vs. 973. zegt, dat het Zwyn de geurigfte reukzalven fchuwt als een doodlyk venyn, maar dat flyk

VERKEN.

en vuiligheid voor hetzelve alleraangenaamst zyn.

At Contra nobïs coenum te terrima cum fit

Spureities, eadem Subus hac res munda viaetur,

In fittia biliter toti ut volvantur ibidem.

't Welk ik dus vertaald vinde

In tegendeel daar ons de fiyk pleeg toe te fchyncn

Een vuil en onguur ding, is 't eg ter voor de ztvynen, Zod'n aangenaame zaak, dat zy zich

zonder end Omwenflen in den drek, waartoe zy zyn gewend.

Niet tegenftaande deeze morftgheid, werd het Verkensvleesch al van ouds by veele Volkeu, gelyk ook nu nog by ons, met graagte gegeeten, en vooreen aangenaame lekkerny gehouden. Ook werden by de Heidenen Verkens gedood en geofferd in hunne Godtsdienstplegrigheeden. Onder den tytel van Verbond en Verbondmaaken zal men kunnen zien , hoe zy by het fluiten van verbonden een Verken doodden. Aan Ceres, de Graan-Godin, werd een Verken geofferd tot zoen van de haar toegebragte fchade, zo als te zien is by Ovidius Faftor. L. I. vs. 349.

Prima Ceres avida gavifa est fanguine porcas

Ulta fuas mcrita cade nocentis opes. Dat is, naar de Vertaaling van Hoogvliet:

Aan Ceres heeft men eerst het g"Ctig

zwyn ge flagt, En met den dood geftraft den fchenner van

haar kioren. Want in de Lente, als 't graan groeide

uit de vrucht Vfe vooren, Vond zy het omgewroet, ten grond toe

uitgehaald, Door 'i bordjlagtig zwyn.

(33) Doch hy andere Volken was het Verken een onrein en veragtelyk dier, van welks vleesch zy zich onthielden, Bochart Hieroz. P. I. L. II. C. LVII. p. m.

70a heeft dit uit oude Schryvers aan-

ge-