is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

452 VERKEN.

van Tertuïïiaan geleezen wordt. Zie Goinius Geopend Turkiorn de IV. Afdeel. C. VIII. p. 496. (2) In de Gewade en Ongetelde Beeldfpraak zyn van het Verken (Nbï) menigerlei fpreekwyzen en gelykenislèn ontleend en toegepast op menichen van flegte zeeden. De Heiland zegt tot zyne Leerlingen: Geeft bet Heilige d.n Honden niet, en werpt uwe Paerlcn niet voor de Zwynen, Matth. VII: 6. 't Komt my niet onwaarfchynlyk voor, dat Hy door de Honden bedoelde dePlarizeên en door de Zwynen de welluftige Sadduceën. Men zie over deeze woorden des IV. D, 1. St. p. 260.— Menfchen, die de darglykfche weelde hun vermaak agten, die wéeldrig zyn in hunne maaltyden'&c. die, naar hetfcheen, door de kennisfe van den Heere en Zaligmaaker Jefus, de bef nettingen der waereld ontvloo» den waren; maar zich naderhand wederom lieten inwikkelen en overwinnen door dezelve, worden vergeleeken meteen Zeuge, die gewasfchen zynde, wederkeert tot de omwenteling in het flyk, 2 Petr. II'. 30, 22. 't Was mede een reede, waarom Gregorius de Nazianzener Keizer Juliaan, die van een Cbri/len wederom een Heiden geworden was, een Zwyn noemde. Syrach , C. XXVI: 23, zegt van een ontuchtig wyf, 't welk haare eer veil heeft voor geld, dat zy een mestvorken wordt gelyk gedgt. De Beotiërs en A'kadièrs, die by de oude Schryvers te boek ftaan als gulzige en vreetagtige lieden , en daar by bot en plomp, in weetenfchappen niet ervaaren, woeden by hen menigmaal genoemd: Sus Arcadica, Sus Boiotica, een Arkadisch, een Beöti>cb Verken. Een BrafTer een wellustig mensch, die nergens anders op bedacht was, dan om zyn vleesch te verzadigen tot zyne be geer!vkheeden, werd genoemd een Verken van Epikurus Kudde. Gelyk Horatius L. 1. Ep. IV. in fine fchreef aan Albius Tibullus: Koorn my,die my zelven zo wel bezorge, dat ik van vetbe'A glimme ,biz.eken, za gy eens zoudt, willen lagchen om een Verken van Epikurus Kudd"*

Me pinguem et nitidum bene curata cute vifc,

Quum videre voles Epicuri de grege porcum.

Veele Stotfcbe Wysgeeren befchuldigden de Epikureefcbc '-Vysgeerte, dat haare leerftellingen 's Menfchen grootfte gelukzaligheid begreepea te zyn [de dertelheid, weelde

VERKEN.

en wellust. Wel is waar, dat veele Navolgers van Epikurus niet dan te veel reede gaven tot die befchuldiging: Maar Seneka, een vermaard Stoïcyn, verontfchuldigt zyn leere daar van in zyne Verhandeling de vit ^ beata C. XIII. Non dtco, quod pierique noflrorum, SecJam Epicuri f.igitiorum esfe Magijlram. Sed illuel dico, male audit, infamis est: et immerito. Dat is: Ik zegge niet, '/ geen de meesten der onzen (de Stoïfche Philofophen) zeggen, dat de Sekte van Epikurus de Leermeester esje zy van fnoode gedraagingen. Maar dit zegge ik: zy heeft een quaaden naam, zy is in een quaad gerugi: Doch onverdiend. Doch wat hier ook van zy, dit is zeeker, dat men een Verken hield voor een Zinnebeeld van een gulzigen Slemper.'t Was daarom geen onaartig verdichtfel van Klaudianus, dat Rhadamantus, een der drie onderaardfche Richters, de zielen der geener, die in hun leeven zich in allerlei gulzigheid en overdaad gemest hadden,na hunnen dood deed overgaan in Verkens. Zie 't Groot Waereld Tooneel, D. I. p. aai, 222. (33) Het wild Zwyn, of Verken, 't welk wreed van aart is, en fchroomlvke verwoestingen aanricht in Akkers en Wyngaarden, is een Zinnebeeld van Vyanden, die de Jooden fel beftookt en hun Land deerlyk verdorven hadden, gelyk de Joodfche Kerk, z;ch zelve voorftellende onder de gedaante van een Wynftok, welken Godt uit Egypte oyergebragt en in Kanadn geplant hadde, zich daar óver beklaagt: Het Zwyn uit den woude heeft hem uitgewroet , en het Wild desvelds heeft hem afgeweid, Pf. LXXX: 14.

VERKIEZEN, VERKIEZING. Dit zegt uit twee of meer gelykf jortige, of aan malkander tegenovergeftelde Perfoonen of zaaken, zich met zynen wil tot e;n of m^er van die bepaalen , en boven andere voor zich uitkippen. (M) 'Er is een eeuwige Verkiezing, en die wordt alleen aan Godt toegekend. Zo heeft Hy (aijO van eeuwigheid zynen Zoon verkooren en verordineerd, om in het uitvoeren van hit werk der Genade te zyn de Middelaar Godts en der. Menfchen. Zonder denzelvendaartoe verkooren te hebben , zou Hy niet hebben kunnen zeggen: Ziet myn knegt^— myn Ultverkoorne, in denwclken myne Ziele eenwelbehaagen heeft, Jef. XLILr.En ware die Ver kiezing niet gcfchïidvn Eeuwigheid, zo zou van dien Zoon niet kunnen gezegd zyn, dat Hy gezalfd en voor gekend is geweest

van